Vier van de vijf verpleeghuisbewoners met dementie vertonen probleemgedrag en 65 procent krijgt gedragsbeïnvloedende medicijnen. Dit blijkt uit promotie-onderzoek van Sytse Zuidema in verpleeg- en verzorgingshuizen in Zuid- en Oost-Nederland.
Zuidema (verpleeghuisarts) pleit voor scholing van medewerkers van verpleeghuizen, zodat ze leren om met probleemgedrag om te gaan en het zo mogelijk te voorkòmen.
Zware last
Onder probleemgedrag verstaat Zuidema agressie, apathie, onrust en gedrag dat voorkomt uit depressiviteit, wanen, hallucinaties of gevoelens van angst. Dit gedrag is een grote last voor de betrokken patiënt en een zware belasting voor het verzorgend personeel en de familie.
´Probleemgedrag kan een gevolg zijn van de ziekte dementie´, legt Zuidema uit. ´Het is dan ook begrijpelijk dat bewoners met dementie die probleemgedrag vertonen, gedragsbeïnvloedende geneesmiddelen krijgen. Maar de ziekte is niet de enige oorzaak van probleemgedrag. Uit mijn onderzoek blijkt dat ook factoren uit de omgeving van de patiënt eraan bijdragen.´
Grote verschillen
Zuidema ontdekte dat er grote verschillen bestaan tussen verpleeghuisafdelingen onderling, als het gaat om probleemgedrag van bewoners. Verschillen die niet verklaard kunnen worden door het aantal bewoners per afdeling of de ernst van de dementie van de bewoners. Hij zoekt de verklaring in de sfeer die er op een afdeling heerst en in de vorm van zorg die de bewoners krijgen. `De sfeer op een afdeling of in een huiskamer hangt natuurlijk nauw samen met grootte, de inrichting, het licht, kortom, de bouwtechnische kant´, zegt hij. ´Maar bewoners van verpleeghuizen zijn ook erg gevoelig voor psychosociale omstandigheden.
http://www.umcstradboud.nl/
geplaatst op 30-01-2008
|