Inschrijven nieuwsbrief




Nieuwsbrief 97
silogo-klein.jpgWetenschappelijke denktank voor ouderenzorg nodig
Nederland heeft behoefte aan een denktank voor de ouderenzorg. Daar moet wetenschappelijke en inhoudelijke expertise samenkomen over de zorg aan ouderen. Dat zei Joris Slaets, hoogleraar geriatrie van de Rijksuniversiteit Groningen, op een bijeenkomst van het Nationaal Programma Ouderenzorg (NPO). Het NPO financiert sinds april 2008 regionale experimenten die de kwaliteit van zorg aan kwetsbare ouderen moeten verbeteren. “Momenteel zijn 450 zorgpartijen in acht regionale netwerken rond Universitaire Medische Centra betrokken bij de onderzoeken”, vertelde hoogleraar Slaets. “Gestructureerd en breed opgezette research naar ouderenzorg bestond in Nederland niet, dat is nieuw. “Inmiddels is er een breed bestuurlijk commitment bij de bestuurders van de regionale netwerken en vind er ook uitwisseling van gegevens plaats tussen de netwerken. Nederland is te klein voor concurrentie op onderzoek naar ouderenzorg.”
www.nationaalprogrammaouderenzorg.nl


silogo-klein.jpgOproep Call voor Experimenten levert ruim 200 projectvoorstellen op
Het Zorginnovatieplatform (ZIP) nodigde ondernemers, zorgaanbieders en zorginstellingen begin dit jaar uit voorstellen in te dienen voor haalbaarheidsonderzoeken (Call voor Experimenten fase 1) gericht op het verbeteren van de gezondheid van ouderen. Dit heeft als doel om de vraag naar zorg te verminderen en daardoor het zorgsysteem te ontlasten. ussen 16 februari en 14 april zijn er 225 voorstellen ingediend. Dit aantal is niet alleen boven verwachting, maar de voorstellen zijn ook zeer divers. Veel voorkomende thema’s zijn telemonitoring, (e-)platforms oprichten, (meet)apparatuur, bewegen, valpreventie. De komende weken zal de commissie haar tijd nemen om de ingediende voorstellen te beoordelen. De commissie is met zorg samengesteld en heeft een brede achtergrond en expertise, aldus het ZIP. In juli komt de commissie bij elkaar en zal zij advies uitbrengen aan het ZorgInnovatiePlatform. Daarna neemt het ZIP een besluit en zullen naar verwachting 25-30 projecten de opdracht krijgen een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren.
www.zorginnovatieplatform.nl


silogo-klein.jpgSteeds meer werknemers willen doorwerken tot 65 jaar
Het aandeel werknemers dat door wil werken tot 65 jaar is in vier jaar tijd verdubbeld: van 21% in 2005 naar 42% in 2009. De bereidheid om ook na het 65ste levensjaar werkzaam te blijven is lager: 13%. Dit zijn enkele eerste resultaten van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2009 (NEA) die eind 2009 is uitgevoerd door TNO en CBS met steun van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In 2009 lag de bereidheid om door te werken tot 65 jaar bij zowel jonge als oudere werknemers boven de 40%. Ten aanzien van het niet willen doorwerken is er echter een verschil tussen jonge en oudere werknemers. Ongeveer 4 van de 10 werknemers ouder dan 55 jaar geven aan dat ze niet tot 65 jaar willen doorwerken. Onder werknemers jonger dan 25 jaar is dat maar 2 van de 10. Eenderde van de jongere werknemers geeft aan het nog niet te weten. Mannen en vrouwen verschillen niet veel in de bereidheid door te werken tot 65 jaar. Vrouwen geven wel vaker aan dat ze het nog niet weten. Werknemers met een hogere opleiding willen vaker tot 65 jaar doorwerken dan middelbaar en laag opgeleiden.
www.tno.nl/nea


silogo-klein.jpgGoede slapers leven langer
Mensen die meestal goed en voldoende slapen zijn gezonder en leven langer. Dat blijkt uit onderzoek van de Portland State University in Oregon onder bijna zestienduizend Chinese 65 plussers. De ouderen tussen de 65 en 79 zouden minder goed slapen dan de echte oudjes. Van de honderdplussers schat zeventig procent de slaapkwaliteit hoger in. Mensen met gezondheidsproblemen hebben 46 procent minder kans om goed te slapen. Ook ouderen die angstig zijn, een chronisch gezondheidsprobleem hebben en het moeilijk hebben met dagelijkse taken, slapen slechter. Een andere opvallende uitkomst is dat mannen 23 procent meer kans hebben dan vrouwen op een goede nachtrust. Plattelandsbewoners, rijke en gezonde mensen zouden ook een betere nachtrust genieten. Tweederde van de deelnemers vindt zijn nachtrust goed tot zeer goed. Gemiddeld slapen ze 7,5 uur, waarbij ook de dutjes overdag meegerekend zijn.
www.telegraaf.nl


silogo-klein.jpgTraining ouderenberaden
Zijn er mooie resultaten geboekt of nieuwe projecten gestart, dan wil je dat natuurlijk ook aan de achterban laten weten. Maar hoe bereik je die? Netwerk Academische Werkplaats Ouderenzorg Noordelijk Zuid-Holland gaf hiervoor eenmalig de ‘training ouderenberaden’. Wim Barnas (78), voorzitter van de plaatselijke Bond van Ouderen Sassenheim: “Ouderen bereik je niet via internet.” Volgens Barnas zijn er twee ‘problemen’ bij het bereiken van ouderen. “Allereerst moet je met ze in contact komen. Lastig, want tachtig procent van onze leden heeft bijvoorbeeld geen computer. En als je dan met ze in contact komt, moet je de informatie wel begrijpelijk overbrengen.” Tijdens de training, begin april, is over dat contact uitvoerig gesproken. Met professionals die bijvoorbeeld gehandicapten of ouderen met Alzheimer willen bereiken. “We lopen allemaal tegen hetzelfde probleem aan: hoe communiceer ik met mensen? Vanuit de bond hebben we bijvoorbeeld nu een nieuwsbrief van twee A4. Meer moet dat ook niet worden, want mensen lezen slecht. Als we meer nieuws hebben, brengen we dat bijvoorbeeld via de soos op zondag, of gaan we op maandag naar het zangkoor. Ook organiseren we informatiemiddagen. Laatst nog, over de OV-chipkaart. Toen was het zo druk dat mensen op de grond moesten zitten! Dat is dus een manier: naar de doelgroep toe gaan.”
www.nationaalprogrammaouderenzorg.nl


silogo-klein.jpgBespreek tijdig gewenste plaats van overlijden
Mensen sterven het liefst thuis. Desondanks overlijdt veertig procent in het ziekenhuis. Huisartsen en familie zouden de wensen van patiënten tijdig moeten bespreken om aan hun voorkeur tegemoet te komen, zo blijkt uit publicaties van onderzoekers van het NIVEL en VUmc in het Journal of Pain and Symptom Management en Huisarts & Wetenschap.
Tweederde van de patiënten overlijdt niet onverwacht. Veertig procent van hen overlijdt in het ziekenhuis, terwijl slechts twee procent dat wenst. De meeste mensen sterven liever thuis of in het verzorgingshuis. Bij patiënten die in het ziekenhuis overlijden is de huisarts vaak niet op de hoogte van hun wensen. “Je kunt heel veel hulp thuis organiseren”, stelt NIVEL-onderzoeker en huisarts Gé Donker, “als je al vroeg in het proces aandacht schenkt aan de voorkeursplaats van overlijden. Bij patiënten van wie bekend is waar ze willen overlijden, lukt het voor vier van de vijf aan hun voorkeur tegemoet te komen.”
Huisartsen zouden daarom met patiënten in de laatste levensfase de gewenste plaats van overlijden moeten bespreken, stelt Donker. “Geuite wensen gaan meestal in vervulling. Heel vaak is de huisarts echter niet op de hoogte van de gewenste plaats van overlijden. Huisarts en patiënt of familie moeten daar tijdig over spreken en dit op gezette tijden herhalen. Dit vereist initiatief van de huisarts, vooral bij heel oude patiënten, patiënten met een lage sociaal economische status en patiënten in het ziekenhuis.”
http://www.nivel.nl


silogo-klein.jpgZiekenhuisbestuurder breekt lans voor mantelzorg
Bestuurder Anton Westerlaken van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam spreekt op 3 juni de vijfde Nationale Mantelzorglezing uit. Westerlaken zet zijn visie uiteen op het raakvlak tussen formele en informele zorg. Voorafgaand aan de lezing is er een werkconferentie onder aanvoering van initiatiefnemers Mezzo en Expertisecentrum Mantelzorg. Tijdens de conferentie wordt ondermeer het Impulspakket Samenspel gepresenteerd. Dit is een pakket met praktische instrumenten die de relatie formele zorg en informele zorg kunnen verbeteren. Steeds meer zorgorganisaties onderkennen dat langdurige, intensieve zorg een samenspel is tussen professionals en mantelzorgers. Maar in de praktijk blijkt het niet zo eenvoudig om deze samenwerking vorm te geven. Om hier verandering in te brengen wil de Mantelzorglezing politici, beleidsmakers, wetenschappers, opinieleiders en beroepskrachten bij elkaar brengen.
www.skipr.nl


silogo-klein.jpgThuiszorg aanbesteden moet van EU
Gemeenten zijn verplicht huishoudelijke verzorging openbaar aan te besteden. Dat antwoordt de directeur-generaal Interne Markten van de Europese Commissie op vragen van het ministerie van Volksgezondheid. Gemeenten zijn sinds 2007 verantwoordelijk voor de thuiszorg. De meesten besteedden die dienst Europees aan, maar meer en meer gemeenten lieten weten daar eigenlijk vanaf te willen. Aanbesteden kost veel tijd en geld en leidt soms tot onrust bij de hulpverleners en cliënten, betogen de tegenstanders. De SP diende in de Tweede Kamer een wetsvoorstel in om ervan af te komen. Daarbij waren juristen het er ook niet over eens of de wetgeving het nou wel of niet verplicht. Maar volgens de Europese regels kunnen gemeenten er niet onderuit, blijkt uit de brief uit Brussel. Hoewel hulp bij het huishouden deels een verzorgende taak is, bestaat het grootste deel van het werk in de praktijk uit economische diensten als schoonmaken. Aanbesteden is in dat geval verplicht.
www.binnenlandsbestuur.nl


silogo-klein.jpgSymposium over het meten van ervaringen van cliënten
Instellingen in de verpleging, verzorging en thuiszorg meten één keer per 2 jaar de ervaringen van hun cliënten met de CQ-index . De uitkomsten van die metingen worden gepubliceerd op kiesBeter. Maar wat gebeurt er met die resultaten in de praktijk? Worden ze gebruikt om verbeterprojecten in gang te zetten? Wie neemt daarbij het voortouw: het management of de cliëntenraad? En wat is de rol van de zorgkantoren daarbij? Naar deze en andere vragen is onderzoek gedaan door Tranzo (Universiteit van Tilburg). Op een symposium op 2 juni worden de resultaten gepresenteerd. Op deze dag zijn er tevens interessante presentaties over het gebruik en de bruikbaarheid van de gegevens. Ook Marthijn Laterveer van LOC Zeggenschap in zorg zal een presentatie houden. Deze presentatie gaat over het project 'van meten naar verbeteren, samen komen tot beter doen'.
www.loc.nl


silogo-klein.jpgVier keer zo veel depressie bij partners patiënten met dementie
Partners van patiënten met dementie hebben een vier keer zo grote kans op depressie vergeleken met mensen met een partner zonder dementie, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL en VUmc in het American Journal of Geriatric Psychiatry.
Met de vergrijzing neemt ook het aantal mensen met dementie toe. Het merendeel van hen woont thuis en wordt verzorgd door een familielid, meestal de partner. De zorg voor een demente partner is echter zwaar en veroorzaakt vaak gezondheidsproblemen, vooral psychische zoals een depressie of angststoornis. Het is daarom belangrijk deze zorgende partners te helpen, primair voor hun eigen welbevinden, maar ook om de zorg voor hun partner met dementie te kunnen volhouden. Uit eerder onderzoek van het NIVEL en Alzheimer Nederland is bekend dat mantelzorgers van dementiepatiënten ernstig overbelast zijn. Als de voornaamste verzorger uitvalt, is de patiënt aangewezen op professionele zorg of moet deze worden opgenomen. Vergeleken met mensen met een partner zonder dementie blijken partners van patiënten met dementie een vier keer zo grote kans op depressie te hebben. En ze hebben een twee keer zo grote kans antidepressiva voorgeschreven te krijgen, zo blijkt nu uit onderzoek met gegevens van het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg. NIVEL-afdelingshoofd Francois Schellevis: “Deze resultaten onderstrepen het belang van aandacht voor de belasting van de primaire verzorger van mensen met dementie.”
www.nivel.nl
 
Copyright © 2007 Senior & Innovatie