|
18 maart 2008
Inhoud
De zorg komt naar ouderen toe
ICT en ethiek voor ouderen
Health and Care Stedendriehoek innovatie in preventie
Veel praktische innovatie op BouwRAI
Graag comfort, maar geen zorghotel
Web in de Wijk in opkomst
CSO: subsidieplannen verbetering op één na
Is een vaste AOW-leeftijd nog van deze tijd?
Smart Homes ontwikkelt Domotica Bouwdoos
De ‘heimweefabriek’ van Douwe Draaisma
Medicijngebruik verbeteren bij ouderen
..................................................................
De zorg komt naar ouderen toe
Ouderen die zorg nodig dat zoveel mogelijk thuis bieden. Dat is de inzet van het Zorg Innovatie Forum. Zorgaanbieders, bedrijven en verzekeraars bundelen de krachten om te kijken hoe ze met hightech de eerste en tweelijn zo kunnen organiseren dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen.
Japan als voorbeeld Nederland denkt veel te weinig na over het dreigende structurele personeelstekort in de care, vindt algemeen directeur Jan Cooijmans van het St. Lucas ziekenhuis in Winschoten. Japan doet het wat dat betreft veel beter. Daar maakten regering en innovatieve bedrijven als Mitsubishi en Toyota concrete afspraken over het ontwikkelen van robots om mensen thuis te helpen. In 2013 zullen er robots zijn die mensen thuis in en uit bed tillen. Ouderen zijn dan niet langer afhankelijk van de thuiszorg. Ze kunnen zelf bepalen wanneer ze opstaan of naar bed gaan.
Knuffelrobots
Cooijmans vindt dat mensen zich geen zorgen hoeven te maken dat robots het menselijk contact vervangen. De knuffelrobots, zoals I-Cat en Paro zijn nu al heel populair bij ouderen. Ze zijn goed voor het sociaal contact en bieden ook mogelijkheden voor zorg op afstand. Eigenlijk, vindt Cooijmans, is er ook geen alternatief. Over enkele jaren zal de vraag om thuiszorg veel groter zijn dan het aanbod. Robots die helpen met huishoudelijk werk, nu al zijn er schoonmaakrobots, of mensen optillen zijn dan een uitkomst.
Thuis monitoren
De ontwikkeling van technologie gaat snel. Er komen steeds meer apparaten die mensen in staat stellen langer zelfstandig te blijven wonen. Hart- en longbewaking op afstand wordt een standaardservice. Op steeds meer aandoeningen kunnen mensen thuis gemonitord worden. Cooijmans verwacht dat over enkele jaren ook mobiele apparatuur beschikbaar komt zodat mensen voor een MRI of CT-scan niet meer naar een ziekenhuis hoeven. De gynaecoloog maakt nu al zelf echografieën, veel andere specialisten zullen dat voorbeeld volgen.
zorginnovatieforum.nl
Concrete projecten
Het ZIF wil in november een aantal concrete projecten presenteren waarmee de zorg dichter bij de thuiswonende ouderen gebracht kan worden.
inhoud
ICT en ethiek voor ouderen
De ‘SENIOR Launching Workshops’, gehouden op 3 maart 2008 in Brussel, vormden een gelegenheid om na te denken over de sociale, ethische en privacy aspecten in de ICT-behoefte van oudere mensen. Aan de hand van de uitkomsten zullen plannen en strategieën voor sturing van de toekomstige trends gemaakt kunnen worden.
Deze workshop was een van de eerste vergaderingen over e-inclusion (e-integratie) waar, in europees verband, aandacht werd besteedt aan de combinatie ethiek, ICT en senioren.
Privacybehoeften in ICT
De nieuwe technologieën voorspellen grote beloftes, maar ook risico's voor privacy en ethische beginselen. Het SENIOR consortium is voornemens te onderzoeken hoe nieuwe ICT kan voldoen aan de behoeften van senioren zonder afbreuk te doen aan de persoonlijke levenssfeer en ethiek. Dit gaat gebeuren door middel van een twee-jarig onderzoek waarin de huidige technologie aan een kritische keuring wordt onderworpen.
Veilig in de digitale wereld
De SENIOR bijdrage hieraan is tweeledig. Ten eerste, zal SENIOR de ethische en privacy gevolgen van ICT voor de integratie van ouderen beschrijven. Deze doelstelling zal worden bereikt door een reeks thematische vergaderingen van deskundigen. Ten tweede, zal het project nagaan welke ICT-diensten en oplossingen kunnen zorgen dat ook ouderen zich veilig voelen in de digitale wereld.
ec.europe.eu
inhoud
Health and Care Stedendriehoek innovatie in preventie
Het PopoProject is het eerste RAAK-project dat binnen de Stedendriehoek Apeldoorn-Deventer-Zutphen door Saxion Hogescholen is uitgevoerd. Popo staat voor productontwikkeling in de preventieve ouderenzorg, RAAK staat voor Regionale Aandacht en Actie voor kenniscirculatie en is een regeling vanuit het Ministerie van OCW. Doelstelling van deze regeling is om de kennisuitwisseling tussen hogescholen, zorginstellingen en het midden- en kleinbedrijf in regionale innovatieprogramma’s te verbeteren.
Ondernemerscafé Gezondheidszorg
Intussen zijn elf projecten uit het Netwerk Health and Care Stedendriehoek beschreven in een brochure die afgelopen week in Deventer werd gepresenteerd in het Saxion Ondernemerscafé Gezondheidszorg. Dit café wordt drie tot vier keer per jaar gehouden, afwisselend in Enschede en Deventer. Thema was deze keer ‘Vergrijzing vereist meer ondernemers in de zorg’, met als gespreksleider directeur Jorrit de Jong van Salland Verzekeringen.
Beter, comfortabeler, eenvoudiger, aantrekkelijker De projecten betreffen: een expertisecentrum geriatrische revalidatie, biofeedback bij volwassenen met overgewicht, verbetering van looppatronen, eenvoudiger bedienen van de magnetron van de maaltijdendienst, aantrekkelijker uitvoering van loopkrukken (pimp-my-kruk), video leren (leersituaties ROC), marketingconcept comfortproducten, ouderen en bewegen, een ergonomische stoel voor tandartspraktijken, dienstenpakketten via glasvezel, het gebruik van spraakherkenning door ouderen die niet gewend zijn om met de computer om te gaan.
Anders samenwerken: het moet leiden tot leren
Kenniscirculatie in innovatieve projecten blijkt een andere manier van samenwerken van de verschillende betrokkenen te vergen, zeggen ze bij Saxion Hogescholen: het moet leiden tot leren. ‘Kennisciculatieprojecten blijken wezenlijk anders te zijn dan een traditioneel studenten- of afstudeerproject. Het vereist andere activiteiten van betrokkenen.'
Netwerk Health and Care Stedendriehoek
Leden van het Netwerk Health and Care Stedendriehoek worden met presentaties in zogenoemde kerngroepbijeenkomsten op de hoogte gehouden van projecten en resultaten. Volgens Saxion Hogescholen is er momenteel veel (regionaal) commitment en wordt nu een subsidieaanvraag voorbereid in het kader van het Europees Fonds Regionale Ontwikkeling. Ook maakt het netwerk deeluit van Health Valley-initiatief.
inhoud
Veel praktische innovatie op BouwRAI
Op de jaarlijkse BouwRAI gaat het altijd over meer dan stenen stapelen. Dit keer is op 1,2 en 3 april in de RAI in Amsterdam ‘innovatie’ de rode draad.. Eén van de nieuwe ontwikkelingen die veel aandacht krijgt is het Living Building Concept. Met het oog op de toekomst moet dynamisch gebouwd worden. Er vanuit worden gegaan dat een gebouw, wijk of gebied na verloop van tijd een andere functie moet krijgen. Levensloopbestendig bouwen is een voorbeeld van dit toekomstgericht bouwen. Gebruikersinvloed op de woon-, werk- en leefomgeving is een andere onomkeerbare trend waar architecten en aannemers een visie over ontwikkelen. Op het themaplein Inventieve bouwoplossingen zijn voorbeelden van Living Building en andere vormen van conceptueel bouwen te zien.
Themaplein Wonen-Zorg-Welzijn
Wonen-Zorg-Welzijn heeft opnieuw een eigen themaplein. Daar presenteren 13 vernieuwende projecten en concepten zich. Langer zelfstandig wonen, is het gemeenschappelijke uitgangspunt van de projecten. Doel is zo te bouwen dat ouderen en mensen met beperkingen zo lang mogelijk gewoon mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven. De Provincie Gelderland geeft toelichting op de domoticatoets voor eigenaarbewoners, een wooncorporatie uit Soest toont hoe daar met verplaatsbare domotica veel mogelijk is, etc.
Zes kenniscentra Allerlei organisaties presenteren hun oplossing voor combinaties van zelfstandig wonen met zorg nabij, voor als het (later) nodig is. Zowel voor de eenvoudige burger als de consument met de goedgevulde beurs zijn er vele mogelijkheden om uit te kiezen. Zes kenniscentra op het gebied van wonen, zorg en welzijn hebben een informatiebalie en organiseren verdiepende seminars. Veiligheid krijgt als vanouds veel aandacht op BouwRAI. Technologie maakt het gemakkelijker eigen huis en haard desgewenst vanaf afstand te beveiligen. Ook Energie & Duurzaamheid heeft een eigen themaplein waar innovaties en aansprekende praktijkvoorbeelden te zien zijn.
bouwrai.nl
inhoud
Graag comfort, maar geen zorghotel
Mensen die extra zorg nodig hebben, willen graag vaker en langer op vakantie maar niet in een zorghotel. Dat is een van de conclusies uit een representatief onderzoek onder ouderen, zorgvragers en patiëntenorganisaties in Noord-Nederland. Voor recreatie ondernemers die in kwaliteit investeren, goed communiceren en waarmaken wat ze beloven, zijn er grote kansen.
Langer op vakantie bij gepast aanbod?
De onderzoekers hielden een enquête bij een representatieve groep van tweehonderd thuiswonende ouderen, en mensen die zorg nodig. Ze vroegen hoe vaak en hoelang ze op vakantie gingen en naar ervaringen met vakantieverblijven. Ook wilden de onderzoekers weten of mensen vaker en langer op vakantie zouden gaan als er een aangepast aanbod was, en wat dan belangrijk zou zijn.
Nieuwe impulsen recreatiemarkt
Over het bestaande aanbod werd gesproken met een groot aantal recreatieondernemers in het noorden. De Kamer van Koophandel Noord-Nederland, de drie noordelijke provincies, de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij en enkele thuiszorgorganisaties vroegen twee adviesbureaus de mogelijkheden voor Toerisme en Zorgcombinaties in kaart te brengen. Ze waren benieuwd naar effecten op de werkgelegenheid en wilden iets doen aan de stagnatie in de recreatiemarkt.
Noord-Nederland aantrekkelijk
Noord-Nederland blijkt voor veruit de meeste van de ondervraagden een aantrekkelijke reisbestemming. Hotels en bungalows in een bosrijke omgeving lokken. Belangrijk is dat in de buurt gewandeld of gefietst kan worden. ’s Avonds willen mensen naar restaurant of café, schouwburg of concert. Als de receptie ze goed kan adviseren en iets kan organiseren, is dat een pre.
Geraffineerd te werk gaan
Van de doelgroep heeft 69 procent zorg of begeleiding nodig. Voor deze mensen zijn aangepast sanitair, brede deuropeningen en drempelloze toegang wenselijk. Ondernemers moeten geraffineerd te werk gaan om de doelgroep te bereiken, zegt Bertus van der Tuuk, een van de onderzoekers, specialist op toerisme en werkzaam bij Grontmij.
Voorlopig geen behoefte aan Rijnreisje
Van der Tuuk: ‘Drie van de vier mensen die extra zorg of veel extra zorg nodig heeft wil net als ieder ander tussen gezonde Nederlanders op vakantie. Ze stellen prijs op comfort, maar denken niet: ‘ha gezellig samen naar het zorghotel of de zorgbungalow’. Rijnreisjes met de Zonnebloem zijn alleen nog aantrekkelijk voor mensen boven de 85 uit verzorgings- of verpleeghuizen.’
Doelgroep nog niet aangesproken
Er is een snel groeiende doelgroep die onder de markt hangt. Op dit moment wordt die nog niet aangesproken. ‘Vraag en aanbod zijn niet op elkaar afgestemd. Ondernemers krijgen hun aangepaste hotelkamers niet vol. Mensen die extra zorg nodig hebben en op vakantie willen, weten niet waar ze naar toe kunnen.’ Vaak werden ze teleurgesteld, kwamen bij een aangepaste woning die alleen via een grindpad was te bereiken. Of moesten de trap op voor het aangepaste toilet.
Logo Toerisme en Zorg
‘Het zou goed zijn als er een logo Toerisme en Zorg kwam. Veel mensen zeiden daar voor te zullen kiezen, ook als dat extra geld kost.’ Zonder zich als zorgaanbieder te presenteren zouden hotels en bungalowparken zich met zo’n logo kunnen onderscheiden.
In hotels, bungalowparken en stacaravanparken is nu gemiddeld 0.6 procent van de slaapplaatsen aangepast. Door dat aanbod uit te breiden kunnen ondernemers buiten het hoogseizoen de bezettingsgraad van hun ook voor gezonde mensen geschikte kamers en vakantiehuisjes vergroten.
Investeren in groeimarkt
Voor de presentatie meldden zich 160 belangstellenden. Veel meer dan de 40 die de KvK’s verwacht hadden. Van der Tuuk heeft een volle agenda. Bestuurders en ondernemers waren al langer in deze groeimarkt geïnteresseerd. Ze zijn bereid te investeren, maar willen zijn advies om hun plannen handen en voeten te kunnen geven.
inhoud
Web in de Wijk in opkomst
Web in de Wijk is van bewoners en wordt per wijk georganiseerd. Iedere bewoner heeft met Web in de Wijk zelf internetgereedschap in handen om eigen activiteiten te ondersteunen. Maar Web in de Wijk is niet alleen een internetgereedschap. Mensen kunnen een praatje maken, ideeën uitwisselen en iets gaan doen. Ze komen elkaar in de wijk tegen en kunnen elkaar ook ontmoeten rond Web in de Wijk. Web in de Wijk is te vinden in Emmen, Den Haag, Almere, Amsterdam en in Gouda. Er zijn begin 2008 ongeveer 75 medewerkers actief in 12 wijken. Ook in andere landen ( Italië, Engeland, Letland) ontstaat belangstelling voor de aanpak.
Ondersteuning van ‘animateurs’
Bewoners en steeds meer organisaties en instellingen gebruiken Web in de Wijk. Soms presenteren zij een eigen initiatief, soms ondersteunt het hun projecten samen met anderen die daaraan werken. In iedere wijk zijn er 'animateurs', medewerkers die kunnen assisteren. De animateurs zijn medewerkers die een opleiding hebben gehad en weten hoe ze de inhoud van internet kunnen gebruiken om mensen te inspireren. Die medewerkers hebben soms een eigen stichting, soms zijn ze aangesloten bij een welzijnsinstelling. Ze hebben altijd een eigen positie: ze ondersteunen bewonersinitiatieven en nemen ze niet over.
My Portfolio online
My Portfolio online is de nieuwste module van Web in de Wijk. Mensen kunnen een activiteit invoeren. Wie aan de activiteiten mee wil doen kan zich opgeven. Wanneer u meedoet krijgt u complimenten, 'karakters', op uw profiel. U kiest of u die aan anderen wilt laten zien of niet, want ze zijn in de eerste plaats voor uzelf.
Het idee is ontstaan uit de gedachte dat veel mensen informeel allerlei activiteiten ondernemen, daar ook kennis en ervaring mee opdoen, maar zelden het gevoel hebben dat dat echt iets waard is. En dat terwijl er zoveel complimenten over te geven zijn: je bent altijd vrolijk, je kunt goed met geld omgaan, je maakt mooie dingen, je kunt op je bouwen. De module is ontwikkeld met bewoners die actief zijn in de wijken, de animateurs en de ontwerpers van de software.
Web in de Wijk wil vertrouwen in de wijk bevorderen
"Uitgangspunt van het project is dat vertrouwen kan ontstaan als bewoners elkaar kennen, elkaar ontmoeten en samen activiteiten ondernemen. Bewoners kunnen internet gebruiken om daarmee die drie functies te ondersteunen. Informeren, communiceren en organiseren zijn immers ook de kenmerken van het internet." (raadvoorcultuur.nl )
Iedere wijk is anders en geeft zijn eigen identiteit aan de invulling van Web in de Wijk. En dan gaat het project niet alleen over sociale cohesie maar ook bijvoorbeeld over toegang tot de arbeidsmarkt, cultuurparticipatie, integratie en educatie. Voor iedere wijk is maatwerk nodig en dat is mogelijk. Zo kan een wijk een eigen identiteit ontwikkelen ook op het internet.
Meer informatie is te vinden op webindewijk.nl.
inhoud
CSO: subsidieplannen verbetering op één na
Het CSO (samenwerkende ouderenorganisaties) vindt dat de bijgestelde plannen van minister Klink voor het subsidiebeleid van PGO-organisaties op bijna alle punten een duidelijke verbetering zijn. Veel wat goed loopt, blijft ongemoeid. Door met meerjarenafspraken te werken krijgen organisaties zekerheid, zegt CSO-voorzitter Wim van Minnen. Eén maatregel stuit op groot onbegrip. Het voornemen van de minister bijna alle subsidie van de ouderenbonden af te nemen. ‘Dat moet van tafel.’
Plannen bijgesteld na kritiek
In juli 2007 maakte minister Klink hoe hij het subsidiebeleid van de PGO-organisaties wilde veranderen. Uit het veld kwam veel kritiek. Na een hoorzitting, nader onderzoek en overleg heeft de minister van VWS zijn plannen op een aantal punten gewijzigd. Over de hele linie is sprake van een verbetering, vindt CSO-voorzitter Wim van Minnen. Naast een basissubsidie komt er projectfinanciering voor vier langjarige programma’s: ‘maatschappelijke participatie’, ‘kwaliteit en transparantie’, ‘versterking en ondersteuning’ en ‘kennis en informatie’.
Zekerheid met vierjarenplannen
Aanvankelijk stelde de minister dat organisaties per thema projectvoorstellen moesten doen. In de nieuwe plannen is dat strikte onderscheid in thema’s nu losgelaten. Organisaties moeten rekening houden met de programmalijnen maar mogen samenhangende voorstellen doen. Een andere belangrijke verbetering is dat PGO-organisaties niet elk jaar opnieuw een plan hoeven in te dienen. Bij de financiering van de organisaties gaat gewerkt worden met vierjarenplannen. ‘Dat voorkomt veel hectiek en geeft zekerheid’, zegt Van Minnen.
Vanzelfsprekende gesprekspartner
Bovendien krijgen organisaties die er niet in slagen op korte termijn een vierjarenplan te maken over twee jaar een herkansing. Ook dat vindt Van Minnen goed nieuws.
In de brief noemt de minister collectieve belangenbehartiging voor de achterban expliciet als taak voor de koepels. De minister erkent ook de betekenis van de drie koepels CSO, CG-Raad en NPCF als vertegenwoordigers van doelgroepen. Staatssecretaris Bussemaker deed dat onlangs ook in de Kamer. In het debat over het ouderenbeleid noemde ze het CSO als vanzelfsprekende gesprekspartner als thema’s voor ouderen aan de orde waren.
Programmafinanciering
Het bevorderen van samenwerking tussen organisaties, noemt de minister een belangrijke taak voor de koepels. Van Minnen vertelt dat vooruitlopend daarop het CSO de afgelopen maanden al ouderenorganisaties bij elkaar bracht om te kijken op welke thema’s er gezamenlijke voorstellen voor de programmafinanciering konden worden gedaan. Aan dat overleg namen deel: Anbo, PCOB, Unie KBO, Noom, NVOG en LOC. Gesproken werd onder andere over: het vergroten van het aantal ouderenwoningen, ouderen inbreng bij het elektronisch patiëntendossier, grotere invloed op het Europese beleid, meer zeggenschap in pensioenfondsen en de veiligstelling van het PGB en de toekomst van de AWBZ.
Slecht nieuws op één punt
In de brief van de minister aan de Kamer over het nieuwe PGO-subsidiebeleid staat volgens de CSO voornamelijk goed nieuws. Op één punt bevat is er uitgesproken slecht nieuws. Er dreigen enorme subsidiekortingen aan te komen voor de ouderenbonden. De Unie (310.000 leden) krijgt jaarlijks een subsidie een 1,2 miljoen subsidie. Daar gaat een miljoen van af. De Anbo (180.000 leden) moet acht ton inleveren, PCOB (110.00 leden) vijf ton. En dat valt, zegt Van Minnen, niet te compenseren, hoewel de minister dat wel stelt, door goede programmavoorstellen in te dienen.
Gigantische afbreuk
Onbegrijpelijk vindt de CSO-voorzitter deze plannen om goed functionerende organisaties die veel vertrouwen van hun leden hebben en plaatselijke afdelingen hebben die zeer actief zijn, de subsidie af te nemen. De minister trekt zich bovendien niets aan van het advies van adviseur Walter Etty van Bureau Andersson Elffers Felix. Die stelde eind december dat het geld dat bij de ouderen zat bij de ouderen moest blijven. Van Minnen spreekt van ‘een misser’, die geen versterking van de ouderenorganisaties is, maar een gigantische afbreuk van heel goedwerkende ouderenbonden.
inhoud
Is een vaste AOW-leeftijd nog van deze tijd?
Op dinsdag 15 april a.s organiseert Expertisecentrum LEEFtijd een afscheidssymposium naar aanleiding van het vertrek van directeur Jolande Sap. Op dit symposium in het Geldmuseum in Utrecht wordt tevens de nieuwe directeur, Carry Goedhart, voorgesteld. Als thema voor dit symposium is een van de vele onderwerpen gekozen waar LEEFtijd zich de afgelopen jaren intensief mee heeft bezig gehouden: de rol en de toekomst van de AOW-leeftijd. ‘In het publieke debat wordt met enige regelmaat een verhoging van de vaste AOW-leeftijd bepleit. Maar is een vaste AOW-leeftijd nog wel van deze tijd? En wat zijn de consequenties van het loslaten van een vaste AOW-leeftijd? Met dit symposium richten wij de blik op de toekomst om een beeld te krijgen van wat loslaten van de vaste AOW-leeftijd voor de diverse partijen zal gaan betekenen.’
Dubbelinterview met werknemers en werkgevers
Jolande Sap, vertrekkend directeur Expertisecentrum LEEFtijd, schetst aan het begin van het symposium het landschap waarbinnen de vaste AOW-leeftijd mogelijk verdwijnt. Joop Schippers, directeur Arbeidsmarkt en Beleid bij OSA - Institute for Labour Studies, houdt een dubbelinterview met Jacqie van Stigt, adviseur arbeidsvoorwaarden en projectleider Levensfasebeleid FNV Bondgenoten en Ronald de Leij, hoofd Strategische Beleidsontwikkeling bij werkgeversorganisatie AWVN over het perspectief van de sociale partners. Theo Langejan, directeur-generaal arbeidsverhoudingen en internationale betrekkingen bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belicht het beleidsperspectief van het ministerie. Carry Goedhart, nieuwe directeur Expertisecentrum LEEFtijd geeft aan welke rol LEEFtijd in deze ontwikkelingen zou kunnen spelen.
inhoud
Smart Homes ontwikkelt Domotica Bouwdoos
Bij Smart Homes heeft Henk van Hulst, verantwoordelijk voor scholingsprojecten, een Domotica Bouwdoos ontwikkeld. Met deze bouwkit kunnen tientallen applicaties worden gemaakt: de verschillende modules worden in een rek geplaatst, waarna koppelingen moeten worden gelegd. Het geheel wordt bestuurd via IT. Dit betekent dat leerlingen op de computer de domotica-applicaties ontwikkelen en in bedrijf stellen.
Logische koppelingen
De bouwdoos bestaat uit centrale regelaars, actoren en sensoren, legt Henk van Hulst uit in het magazine Slim Wonen. Het systeem is niet gebonden aan één bepaalde domotica-techniek. De verschillende systemen die op de markt beschikbaar zijn, kunnen zelfs naast elkaar toegepast en uitgewisseld worden. ‘De techniek verschuift naar software, de strakke verbindingen die zo klassiek zijn in de E-installatietechniek worden vervangen door logische koppelingen.’ Er zijn vele manieren om de Domotica Bouwdoos in het lesprogramma op te nemen: stand-alone, maar ook als onderdeel van een opstelling die uitgaat van een praktijksituatie.
Koppeling wonen en zorg
Vanuit het onderwijs (HBO, ROZ, VMBO) is op dit moment volgens Van Hulst veel vraag om woontechnologie te koppelen aan zorgondersteuning. ‘Docenten stoeien echter met te weinig tijd en kennis en voor hen is het een moeilijke opgave om tussen de bedrijven door een lesprogramma in elkaar te zetten. Bovendien is er geen duidelijk overzicht met systemen, dus waar moet je je lesprogramma op afstemmen?’ Belangrijk speerpunt is voor Smart Homes dat de leerling zo direct mogelijk ervaring kan opdoen met de toepassingen.
smart-homes.nl
inhoud
De ‘heimweefabriek’ van Douwe Draaisma
‘‘Oud’ is niet een woord waarmee we graag geassocieerd worden, en daarbij: wanneer ben je oud? Het is een begrip waar een hoop rek in zit. Was je een eeuw geleden statistisch met vijftig jaar aan het einde van de rit, met de huidige levensverwachting zijn we zo’n dertig jaar langer ‘oud’. Reden waarom verzachtende alternatieven in het taalgebruik opduiken: de derde en vierde leeftijd, jonge senioren, oudere senioren. Maar welke eufemismen je ook verzint, feit is dat we lang toe moeten met een lichaam en geest die hun beste tijd gehad hebben.’
Douwe Draaisma
Douwe Draaisma, bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen, vestigde in 1995 zijn naam met De Metaforenmachine en publiceerde in 2006 Ontregelde geesten over ziekten als Alzheimer en Korsakov. Met De Heimweefabriek heeft hij een boek geschreven dat –zoals de Historische Uitgeverij het formuleert- leest als een vervolg op het in vele talen vertaalde ‘Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt’ uit 2001 . Opnieuw staat het geheugen centraal. Maar dit keer concentreert hij zich op het ouder wordende geheugen.
Een gezonde geest
Hoe we ons lichaam fit kunnen houden is doorgaans wel duidelijk. Hoe je in een gezond lichaam een gezonde geest behoudt is vaak een grotere angst. ‘Wat heb je eraan om 80 te worden als je geen naam kunt onthouden en te suf wordt om het nieuws te volgen? Of, grootste angst van allemaal: als je als alzheimerpatiënt niet alleen de weg in de wereld maar ook in je eigen hoofd kwijtraakt? Geen betere manier om een 50-jarige de stuipen op het lijf te jagen, dan met een ontsteld ‘wéét je dat niet meer?’, aldus Draaisma.
Neurologische gegevens
‘Het is een neurologisch gegeven dat zenuwverbindingen die niet gebruikt worden, afsterven. Houd je op je geheugen te gebruiken, dan zal het ook zeker achteruitgaan. Wie uit onzekerheid over het haperende geheugen de eigen administratie maar liever uitbesteedt, geen boeken meer leest, sociale contacten mijdt en het installeren van nieuwe apparaten aan huisgenoten overlaat, belandt in een vicieuze cirkel. Gewoon actief blijven, en verder berusten in het feit dat een 70-jarige nou eenmaal niet meer het geheugen van een 20-jarige heeft.’
Maar, zegt Draaisma, ‘er is wel troost voor het ouder wordende geheugen. Rond je 60ste jaar begint een toevoer van onwillekeurige herinneringen, waar je niet naar op zoek was. Waarvan je het bestaan vaak zelfs niet vermoedde.
‘De heimweefabriek’
Dit zogenoemde reminiscentie-effect verbindt Draaisma aan een onwelkom bijeffect: het kan sterke heimweegevoelens oproepen. Zowel naar gebeurtenissen, woonplaatsen als personen. Vandaar ook de titel van zijn, in de boekenweek (met veel publiciteit) uitgekomen, boek ‘de heimweefabriek’. In ‘de heimweefabriek’ wordt volop aandacht gegeven aan de achteruitgang van het geheugen naarmate de jaren verstrijken, echter wel op een manier die geen angst aan wil jagen maar een objectieve weergave van de werkelijkheid neerzet.
douwedraaisma.nl
inhoud
Medicijngebruik verbeteren bij ouderen
Er gaat veel mis met het medicijngebruik van oudere mensen, zo stelt Wilma Denneboom apotheker en onderzoekster van het Universitair Medisch Centrum St Radboud (UMC). Denneboom onderzocht het medicijngebruik onder ouderen, die meer dan vier geneesmiddelen per dag moeten innemen. Bij bijna alle oudere patiënten die thuis wonen, klopt het medicijnenvoorschrift niet. Bij 60% van de ouderen ontbreken medicijnen en 30% krijgt medicijnen voorgeschreven die mogelijk negatieve bijwerkingen hebben.
Problemen
Uit het onderzoek blijkt dat ouderen hun medicijnen niet altijd in de juiste dosering krijgen of medicijnen krijgen die eigenlijk niet door hen gebruikt zouden moeten worden. Minder medicijnen gebruiken dan wordt voorgeschreven komt het meest voor. Het breken van tabletten of het toedienen van oogdruppels levert vaak praktische problemen op. Ook worden medicijnen op het verkeerde moment ingenomen, merkte Denneboom.
Overleg
Denneboom heeft studie gedaan naar vormen van 'medicatie review'. De apotheker beoordeelt periodiek de volledige medicatie van de gebruiker en rapporteert de bevindingen aan de huisarts. Niet alleen leidt een persoonlijk contact tussen apotheker en huisarts tot een groter aantal wijzigingen in het voorschrijfgedrag, het overleg wordt door beiden ook positief gewaardeerd.
Verantwoordelijk
Volgens Denneboom is een periodieke screening van medicatie nodig, zeker nu de openbare apotheker is opgenomen in de Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst (WGBO). ‘Door die nieuwe status van wettelijk erkend zorgverlener is niet alleen de arts, maar ook de apotheker verantwoordelijk voor de kwaliteit en veiligheid van de medicatie. Die nieuwe rol vraagt een andere opstelling en een andere vorm van samenwerking.’
|