|
Inhoud
LVGO gaat samenwerken met Woonzorg Nederland
Medicatie ouderen goed in beeld
Seniorenadviesraad FNV-ANBO
Universitair Centrum voor Ouderengeneeskunde
Hersenafwijkingen bij Alzheimer in woord en beeld
Dorpscentrum, een grote levensloopbestendige woonvoorziening
Woongroepen voor allochtone ouderen
Grote wachtlijsten vegetarische woongroepen
Ziekenhuisproject ‘Kwetsbare ouderen’
....................................................................................................................
LVGO gaat samenwerken met Woonzorg Nederland
Bij de Landelijke Vereniging Groepswonen van Ouderen (LVGO) zijn nu meer dan 200 van deze woongroepen aangesloten. De woongroepen (niet meer alleen sociale huurwoningen, steeds meer ook combinaties van huur en koop) hebben gemeenschappelijke ruimtes, de bewoners worden geacht actief te zijn in de groep, maar iedereen woont op zichzelf. Voorzitter Henk Koetsier toont zich tegen het einde van zijn bestuurstermijn tevreden over de actuele interne en externe ontwikkelingen.
Vrijwilligersorganisatie
Evenals andere organisaties heeft de LVGO subsidie moeten inleveren. Is de vereniging dat probleem intussen te boven?
Henk Koetsier: ‘De LVGO draait nu volledig op vrijwilligers. Betaalde krachten voor ons bureau zijn er niet meer. De omslag naar volledige vrijwilligersorganisatie is niet eenvoudig geweest, maar het ziet er naar uit dat het gaat lukken en we op een nieuwe manier onze leden van dienst kunnen zijn. Daarbij zullen we nog meer dan in het verleden een beroep moeten doen op de leden zelf, maar dat is ook gezond voor een actieve wisselwerking tussen wat er lokaal, regionaal en landelijk gebeurt.’
Wijzer Wonen in kleur
‘Daarbij hebben we het geluk dat de Stichting Maagdenhuis in Amsterdam kantoorruimte heeft aangeboden aan de Herengracht (ons telefoonnummer daar is 020-3200037) Een van de activiteiten die daar plaatsvinden is de productie van ons kwartaalblad Wijzer Wonen, dat we de komende tijd grondig gaan vernieuwen: Wijzer Wonen verschijnt straks in kleur, in een groter formaat en voldoet daarmee zowel qua inhoud als uitstraling aan de eisen van de tijd.’
Professionele begeleiding
Wat zijn voor de LVGO op dit moment de belangrijkste onderwerpen van samenwerking met andere organisaties?
Henk Koetsier: ‘Belangrijk voor bestaande en nieuwe woongroepen is de samenwerking waarover wij in onderhandeling zijn met Woonzorg Nederland. Als deze samenwerking tot stand komt, zijn de initiatiefgroepen verzekerd van een deskundige begeleiding en kunnen we als vrijwilligersorganisatie toch de nodige professionele service bieden. Belangrijk voordeel is dat Woonzorg Nederland een landelijke organisatie is. Mogelijk zou dat fricties kunnen geven waar gemeenten sterk de voorkeur hebben voor lokale corporaties, maar daar ben ik niet zo bang voor. Ook de vroegere lokale en regionale corporaties zijn vaak grote organisaties geworden die in grote delen van het land werken. Een gezonde marktwerking op dit gebied kan de woongroepen alleen maar ten goede komen.’
Woongroepen en zorg
‘Samenwerken doen we als LVGO ook met de vereniging Centraal Wonen. Vanuit onze gezamenlijke Federatie Gemeenschappelijk Wonen hebben we via het Verwey-Jonker Instituut een enquête opgezet over de binnen de woongroepen te verwachten ontwikkelingen op het gebied van zorg: Hoe ontwikkelt de vraag naar zorg zich nu en in de toekomst – en ook: wat kunnen en willen we op dit gebied in de woongroepen zelf opvangen, zelf organiseren? Iedereen die actief is in onze vereniging heeft wel de ervaring dat woongroepen eraan bijdragen dat je als oudere op een gezonde en prettige manier zelfstandig kunt blijven wonen. Maar zeker ook voor nieuwe projecten is het natuurlijk goed om dat ook te kunnen onderbouwen met een wetenschappelijk onderzoek zoals het Verwey-Jonker Instituut dat uitvoert.’
www.lvgo.nl
....................................................................................................................
inhoud
Medicatie ouderen goed in beeld
Veel ouderen belanden in het ziekenhuis als gevolg van verkeerde medicatie. Een van de redenen is dat de communicatie tussen ziekenhuis en huisapotheker niet voldoende is. In het belang van de patiëntveiligheid, moet dat veranderen, zegt dr. Paul Jansen, klinisch farmacoloog en geriater in het UMC Utrecht. In het kader van het ouderenprogramma wil hij onderzoek doen naar de mogelijkheden medicatie goed in beeld te krijgen.
Ziekte versus medicatie
Dokters schrijven meestal de ziektegeschiedenis van de patiënt op, zegt Jansen. Ze vinden het belangrijk te weten wat er met de patiënt is gebeurd. Voor de medicatiegeschiedenis bestaat geen interesse. Dat geldt zowel op de afdeling Geriatrie, als op de afdeling Interne Geneeskunde, constateert Jansen na onderzoek in het eigen ziekenhuis. In andere ziekenhuizen gaat het net zo, hoorde hij van collega’s. ‘We scoren daar echt heel slecht op. We zijn er niet in getraind. Het zit niet in ons systeem.’ Jansen, ook lid van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, wil daar verandering in brengen.
Elektronisch Patiënten Dossier
Met de invoering van het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) kan dat vrij eenvoudig. ‘Ik wil naar een systeem waarbij de arts die stopt met bepaalde medicijnen automatisch een vraag krijgt waarom hij dat doet. Dat hij een aantal alternatieven krijgt, waarvan hij er een moet aanvinken.’ Eenmaal vastgelegd in het EPD, kan die informatie ook in het ontslagbericht komen. Nu krijgt de apotheek van de patiënt daar niets over te horen. Het gevolg is dat binnen een half jaar 25 procent van de mensen hetzelfde medicijn opnieuw krijgt, met de kans op dezelfde bijwerking.
Communicatie kan beter
De communicatie van apotheker richting ziekenhuis kan beter, die van ziekenhuis richting apotheker is vrijwel nul. Jansen zegt dat er bij ontslag in het recept naar de apotheek zou moeten staan welke medicijnen een patiënt nodig heeft én welke medicijnen de patiënt niet zou moeten krijgen.
ZonMw start een onderzoeksprogramma voor ouderenzorg. MC Utrecht vraagt samen met technische Universiteit Eindhoven subsidie aan voor het ontwikkelen van een registratieprogramma. Dat is nodig omdat op verschillende plekken iedereen zijn eigen EPD ontwikkelt en die systemen niet op elkaar aansluiten. ‘We moeten een systeem hebben dat daar boven hangt.’
....................................................................................................................
inhoud
Seniorenadviesraad FNV-ANBO
De verenigingsraad van ANBO voor 50-plussers stemt op 27 maart over het voorstel tot aansluiting bij de vakcentrale FNV-ANBO-voorzitter Aldert Hazenberg ziet de stemming met vertrouwen tegemoet. ‘Het zou mij verbazen als de aansluiting geen doorgang kan vinden.’
Ook regionaal en lokaal
In het magazine ANBO Vizier kijkt voorzitter Hazenberg tevreden terug op het proces tot nu toe. ‘Het is een illusie om te denken dat er in een dergelijk proces geen water bij de wijn moet worden gedaan. Toch krijgt ANBO er veel voor terug. Niet alleen op landelijk niveau, maar zeker ook op regionaal én lokaal niveau. ANBO treedt door aansluiting bij FNV op alle fronten toe tot belangrijke organen waar invloed wordt uitgeoefend en waar besluitvorming plaatsvindt.’
Autonomie ANBO en afdelingen
Afdelingen van ANBO en FNV moeten naar elkaar toegroeien. De autonomie van ANBO en haar afdelingen is daarbij op geen enkele wijze in het geding, aldus voorzitter Hazenberg. Er zijn volgens hem goede afspraken gemaakt over de vertegenwoordiging van ANBO binnen de FNV. Zo zal er een Seniorenadviesraad worden ingesteld. ‘Deze Seniorenadviesraad zal zich buigen over zaken die met name voor niet-werkenden gevolgen hebben. Daaronder vallen een aantal zeer belangrijke onderwerpen, zoals zorg, welzijn en mobiliteit van ouderen.’
Nu adviseren vanaf de start
In de Seniorenadviesraad zullen ook andere meningen naar voren komen, merkt de ANBO-voorzitter op. ‘ANBO zal dan een luisterend oor moeten hebben en met de vertegenwoordigers in de Seniorenadviesraad tot een gezamenlijk standpunt moeten komen. Dit biedt ANBO ook erg veel voordelen, omdat ANBO nu vanaf de start van het opstellen van een advies vanuit de overheid is betrokken. Op dit moment mag ANBO veelal pas in de eindfase reageren op een al klaarliggend advies.’
....................................................................................................................
inhoud
Universitair Centrum voor Ouderengeneeskunde
Het Universitair Centrum voor Ouderengeneeskunde (UCO) is gespecialiseerd in zorg voor ouderen. Huisartsen kunnen hun patiënten voor een diagnose of behandeling doorverwijzen. Het UCO heeft een polikliniek en een dagbehandelingscentrum. Voor patiënten die opgenomen zijn is er een consultatieve dienst.
Verwijzing door de huisarts
Huisartsen kunnen ouderen om verschillende redenen doorverwijzen. Het UCO biedt diagnostiek en zorg voor ouderen met meerdere lichamelijke aandoeningen, die vallen of valangst hebben, verward zijn of geheugenproblemen hebben, of die zich ongerust maken omdat ze niet precies weten wat er met hen aan de hand is. Na verwijzing door de huisarts volgt na ongeveer vier weken een eerste gesprek op het UCO. Als de klachten volgens de verwijzer acuut zijn, kan het sneller. Het intakegesprek duurt een dagdeel. Voor elk zorgonderdeel is er daarna een eigen spreekuur. Ook de werkwijze is afhankelijk van de zorgvraag.
Deskundigheid
Het UCO beschikt over de deskundigheid om vragen van patiënten en hun directe omgeving te beantwoorden, en te adviseren over verdere stappen. Niet alles wat mogelijk is wordt ook direct toegepast, de beslissing is uiteindelijk aan de patiënt. Het UCO is er alleen voor ouderen. De meeste patiënten die worden doorverwezen zijn oude tot zeer oude mensen met meerdere lichamelijke of psychosociale problemen.
....................................................................................................................
inhoud
Hersenafwijkingen bij Alzheimer in woord en beeld
Het Alzheimer Centrum Limburg organiseert jaarlijks een serie Dialogen rond Dementie. De dialoog afgelopen week in het academisch ziekenhuis Maastricht had als titel 'Dementie in woord en beeld'. De Dialogen rond Dementie zijn geënt op wetenschappelijk onderzoek en zijn bedoeld voor professionals, opleidingen en eenieder die is geïnteresseerd in verschillende aspecten van dementie. De bijeenkomsten zijn telkens opgebouwd uit inleidingen door professionals, gelegenheid voor publiek tot het stellen van vragen en aansluitend de mogelijkheid te discussiëren.
Beeldvormende technieken
De ziekte van Alzheimer wordt –aldus de omschrijving van het Alzheimer Centrum Limburg- gekenmerkt door afzetting van amyloïde plaques en neurofibrillaire tangles in de hersenen. Dit zijn verschillende soorten eiwitten, die de normale functie van de hersencellen verstoren. Deze eiwitafzettingen leiden tot cel- en functieverlies in hersenweefsel en zijn zelf niet van buiten af meetbaar. Ontwikkelingen op het gebied van beeldvormende technieken als MRI en EEG maken het mogelijk om veranderingen in de hersenen waar te nemen. Bart Rutten, psychiater in opleiding, en Jeroen van Deursen, promovendus, gingen in de dialoog op 20 februari in op het in beeld brengen van cellulaire en structurele veranderingen bij de ziekte van Alzheimer.
....................................................................................................................
inhoud
Dorpscentrum, een grote levensloopbestendige woonvoorziening
Minister Klink opende op 21 februari in het centrum van Didam een grootschalig woonzorgcomplex voor ouderen. Ouderen kunnen er volledig zelfstandig wonen, maar ze kunnen ook, als dat nodig is, een beroep doen op verzorging of verpleging. Daarvoor hoeven ze dan niet te verhuizen, de zorg komt naar ze toe. Klink: ‘Dit past prima binnen het kabinetsbeleid.’
De zorg komt naar u toe!
Minister Klink toonde zich onder de indruk van de wijze waarop Didam het hele centrum op de schop heeft genomen en er één grote, levensloopbestendige woonvoorziening van heeft gemaakt. ‘Wie hier komt wonen, hoeft niet meer weg. Die hoeft niet, als gezondheidsproblemen zich aandienen, te verhuizen naar een verderop gelegen verzorgings- of verpleeghuis. De hulp- en zorgbehoevende oudere kan gewoon hier blijven, in zijn vertrouwde buurt, bij de Diemse toren, met vertrouwde mensen om zich heen.
Bewoners hoeven de zorg niet te zoeken, de zorg komt naar ze toe!’
Voorzieningen letterlijk om de hoek
En ook andere voorzieningen zijn hier letterlijk om de hoek, of zelfs ín het gebouw. De minister zag onder meer een kapsalon, een bakker en zelfs een filmzaal.
Ook is er een centraal loket voor wonen, welzijn, zorg en service. Een soort winkel waar de bewoners – en ook de andere inwoners van Didam – terecht kunnen met uiteenlopende vragen en verzoeken om zorg. Daarmee sluit het naadloos aan op de WMO.
Zo lang mogelijk zelfstandig
Met deze woningbouw en de aanwezige voorzieningen sluit Meulenvelden in Didam volgens helemaal aan op de ideeën en plannen van het kabinet: mensen moeten zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen en zo lang mogelijk in staat worden gesteld zelfstandig te functioneren. ‘En met zolang mogelijk bedoel ik: zo lang mensen de regie over hun eigen leven kunnen voeren.’ Het uitgangspunt hierbij is: alles wat je in een verzorgingshuis kunt krijgen, moet je ook thuis kunnen krijgen. ‘We gaan er vanuit dat dat vanaf 1 januari volgend jaar voor iedereen mogelijk is.’ Maar daarop vooruitlopend heeft Didam dat al gerealiseerd.
Groepswoningen of klein tehuis
En mocht iemand de regie over zijn leven kwijtraken, dan moet hij een plaats kunnen krijgen in een kleinschalig verpleeghuis. Waar iedereen een persoon is en de aandacht en verzorging krijgt die nodig is. Dat kan betekenen dat er kleine groepswoningen in een verpleeghuis zijn, voor maximaal 6 mensen, of dat er een apart, klein tehuis in de woonwijk is voor maximaal 24 bewoners, die dan in hun vertrouwde omgeving blijven wonen.
Met domotica altijd zeker van zorg
Wel wilde Klink duidelijk stellen dat het hier gaat om wat de mensen zélf willen. ‘Het is niet zo dat ouderen per se zelfstandig moeten wonen. Dat is natuurlijk niet zo. Wie liever in een verzorgingshuis zit, moet die keuze ook kunnen maken.’ Gelukkig beschikken we tegenwoordig over veel technische middelen om zelfstandig wonen makkelijk te maken, zei de minister. In Meulenvelden is van domotica veel gebruik gemaakt. Daardoor zijn mensen 24 uur per dag zeker van onmiddellijke zorg, als dat nodig is.
....................................................................................................................
inhoud
Woongroepen voor allochtone ouderen
Den Haag is de stad met de meeste woongroepen voor allochtone ouderen. Haag Wonen is een corporatie die groepswoningen verhuurt aan onder meer allochtone woongroepen voor 50 plussers. Naast de zelfstandige woningen heeft een complex een gemeenschappelijke ruimte. Haag Wonen heeft woongroepen voor onder meer ouderen met een Chinese, Antilliaanse, Javaanse, Turkse, Marokkaanse, Hindoestaans Surinaamse en 50-plussers met een Indische afkomst.
Vereniging Groepswonen door Ouderen
Vereniging Groepswonen door Ouderen is al sinds 1984 actief om in Den Haag mensen van 50 jaar een goed alternatief te bieden voor bestaande woonvormen. GDO ziet groepswonen als een speciale woonvorm voor actieve mensen van 50 jaar en ouder. Uitgangspunten zijn zelfstandigheid en zelfredzaamheid in een huurwoning die behoort tot een complex met mensen met eenzelfde soort achtergrond. Dat kunnen autochtonen of allochtonen zijn. Het belangrijkste is dat mensen elkaar uitkiezen om een woongemeenschap te vormen. Als er een woning vrij komt, kiezen de bewoners samen hun nieuwe buren. Saamhorigheid en gezelligheid en onderlinge hulp kunnen volgens GDO op die manier goed gecombineerd worden.
Individueel maar toch samen
In de complexen in één gebouw heeft ieder zijn eigen voordeur. Vaak wordt in de gemeenschappelijke ruimte samen gekookt en gegeten en vinden er verschillende activiteiten plaats. GDO begeleidt groepen tijdens de voorbereiding: het vormen van een groep, het opstellen van statuten, het vinden van een geschikte bouwlocatie, afspraken over inspraak tijdens de bouw, enz. Ook tijdens de bouw en tot een jaar na de oplevering is er actieve begeleiding. Daarna kunnen de bewoners met vragen en voor advies een beroep blijven doen op de vereniging. www.haagwonen.nl
....................................................................................................................
inhoud
Grote wachtlijsten vegetarische woongroepen
Stichting Philadelphia Zorg wordt geconfronteerd met een 'ongewone' wachtlijst. Op haar wachtlijst voor één van de zeventig seniorenbungalows van het Vegetarisch Centrum in Oosterbeek staan inmiddels al zo'n 1300 vegetariërs. Geconfronteerd met deze nieuwe marktvraag gaat de zorginstelling nog eens 75 extra woningen bouwen op het landgoed Beverweerd in Werkhoven. Volgens Didi Mahler, directeur van het Vegetarisch Centrum, willen de ouderen vooral samenleven met gelijkgestemden.
Inspelen op eet- en leefgewoonten
Door specifieke eet- en leefgewoonten, die we als zorgconsument wil vasthouden tijdens de verlening van zorg, ontstaan er nieuwe markten. ‘Zowel Philadelphia als MRCZ spelen hier goed op in. De verdieping in mogelijke doelgroepen leidt tot nieuwe zorgdoelgroepcombinaties (de zorgvertaling van product-marktcombinaties). Vermoedelijk zullen we de aankomende tijd meer voorbeelden van zorg rondom specifieke voedingspatronen gaan zien’. www.philadelphia.nl
....................................................................................................................
inhoud
Ziekenhuisproject ‘Kwetsbare ouderen’
In ziekenhuizen in Friesland is het project ‘Kwetsbare ouderen’ gestart. Van de in het ziekenhuis opgenomen ouderen van 75 jaar en ouder wordt bepaald of ze op bepaalde gebieden extra steun nodig hebben. Dat gebeurt met vragen uit de Groninger Frailty Indicator, vertelt geriatrisch verpleegkundige Doetie Visser van het Antonius ziekenhuis in Sneek.
Groninger Frailty Indicator
De GFI is gemaakt voor thuiswonende ouderen. Om te kijken of ouderen kwetsbaar zijn, krijgen ze vragen over mobiliteit, fitheid, gezichtsvermogen en gehoor, gewicht, geheugen, psychosociale aspecten en medicijngebruik. Door te vragen of mensen zelf boodschappen kunnen doen, bang zijn om te vallen, zich fit voelen, meerdere medicijnen gebruiken (een indicatie dat ze meerdere ziekten hebben), enz. kan bepaald worden of er sprake is van kwetsbaarheid.
Mensen van 75 jaar en ouder die in Friesland in een ziekenhuis worden opgenomen krijgen een A4-tje met GFI-vragen. Dat gebeurt op initiatief van de afdeling geriatrie van het MC Leeuwarden. De patiënt kan de vragen zelf beantwoorden of een familielid vragen dat te doen. Eventueel vult een verpleegkundige het GFI-formulier in. De afdeling geriatrie haalt de formulieren bij de afdelingen op en bepaalt of iemand kwetsbaar is.
Geriatrisch verpleegkundige
Patiënten met een score van 4 of meer krijgen bezoek van een speciaal opgeleide geriatrisch verpleegkundige. Wij kijken met een andere blik naar de patiënt, zegt Visser. ‘Verpleegkundigen op de afdeling kijken richten zich op de kwaal waarvoor iemand is opgenomen. Wij gaan wat dieper en kijken naar het hele plaatje: hoe functioneert iemand thuis, wat zijn de verwachtingen.’ Na een analyse geven de consulenten geriatrie advies om de oudere minder kwetsbaar te maken.
Van de uitgezette formulieren komt ongeveer de helft terug. Visser en haar collega’s willen onderzoeken waar de belemmeringen tegen het invullen zitten. En wat er nodig is om meer formulieren terug te krijgen.
Verslag in het ziekenhuisdossier
Als de geriatrisch verpleegkundige merkt dat bij een patiënt geheugen problemen spelen, luidt het advies aan de afdeling om meer informatie te verzamelen. En dat bij voorkeur in de omgeving van de patiënt. De mensen om de patiënt heen kunnen beter aangeven of iets al langer speelt, er onderzoek naar is gedaan, of dat het komt door de spanning van de opname.
Het bezoek van de geriatrische verpleegkundige duurt gemiddeld een uur. Een kort verslag ervan gaat in het ziekenhuisdossier van de patiënt. ‘Bij een heropname kunnen we de gegevens opvragen.’ Als iemand door een val een heup brak, wordt met de familie overlegd of een valtraining gewenst is.
Het verslag blijft in het ziekenhuis en gaat niet mee met de patiënt naar diens huisarts, of de thuiszorg. Visser: ‘Het verslag is een advies van de consulent aan de verpleegkundige van de afdeling.’ Dat ligt anders als de medisch specialist het nodig acht dat een huisarts bijvoorbeeld over een delier van de patiënt wordt geinformeerd.
De ouderen stellen het op prijs dat ze de ruimte en aandacht krijgen om hun verhaal te vertellen. Het effect van de aanpak op de kwetsbaarheid is nog niet onderzocht.
....................................................................................................................
inhoud
|