Inhoud
Habion: Senioren comfortabeler laten leven
NPCF zet telezorgprojecten in het zonnetje
Blijven meedoen met TeleContact
Samenwerking SIR-55 met Rabo Vastgoed BV
Regionale netwerken ouderenzorg
Telecom laat kansen vergrijzing liggen
Eerste tweeverdieners melden zich voor dubbel pensioen
SeniorLab geen aanmeldingsstop meer
Pensioenfonds als dienstverlener integrale financiële planning
Domoticatoets in Gelderse gemeenten
Habion: senioren comfortabeler laten leven
Door te bouwen met zorg, senioren comfortabeler laten leven. Dat is de missie van Habion, een landelijk opererende woningcorporatie met een focus op seniorenhuisvesting. De corporatie realiseert nieuwe projecten en beheert technisch een grote variëteit aan levensloopbestendige woningen en woonvormen. Eind 2006 bezat de corporatie 4.200 woningen en 63 zorgcentra, die ze verhuurt aan lokale zorgaanbieders. De corporatie is actief in 62 gemeenten in West, Oost en Noord Nederland. In oktober 2007 werd in Leeuwarden binnen een wijkzorgcentrum een zorghotel geopend.
Drie hoofdclusters
Sinds 2007 is Habion ook zelf 55+. Ter gelegenheid van het jubileum deden Motivaction en De Bock & Dekker onderzoek naar de ‘woonbeleving' van de nieuwe ouderen en naar de eisen die zij stellen aan zorg. Het beknopte verslag staat in De grijze motor, een brochure met een vriendelijk kijkende vitale motorrijder op de cover. In de protestgeneratie, zoals Habion de babyboomers (geboren tussen 1946 en 1954) noemt, zijn drie hoofdclusters te onderscheiden: traditioneel, modern en postmodern. De modernen en postmodernen hebben minder vaak kinderen. Modernen hechten aan comfort, postmodernen zijn sterk gericht op vitaliteit. Naar verwachting zullen de (post)modernen de traditionelen (83% heeft kinderen, familie belangrijk voor zorg) gaan verdringen op de woon-zorg markt.
All together now
Als antwoord op de nieuwe vraag heeft Habion drie vernieuwende woon-zorg concepten ontwikkeld: All together now; The new Mamas & Papas en The bright ‘site' of life.
All together now is een combinatie van wonen, zorg en leren in een gebouw. De bewoners zijn ouderen met een zorgbehoefte. Er is een verbinding met een school, waar opleidingen voor zorgberoepen worden gegeven. De studenten wonen bij de school, in hun vrije tijd verrichten ze hand en spandiensten voor de senioren. In ruil daarvoor krijgen ze korting op hun huur. In gemeenschappelijke voorzieningen (bijvoorbeeld theater, moestuin) ontmoeten jong en oud elkaar.
The new Mamas & Papas
The new Mamas & Papas is een woonvorm waarbij mantelzorgers beneden in een gebouw wonen en senioren op de bovenste verdieping. Een centrale lift zorgt voor zelfstandigheid. Dit concept beoogt gezinnen met kinderen met hun ouders bij elkaar te brengen. De kinderen leveren mantelzorg aan hun ouders, in ruil daarvoor kunnen die bijvoorbeeld op de kinderen passen of de huisdieren tijdens de vakantie verzorgen.
The bright ‘site' of life
The bright ‘site' of life, is een combinatie van wonen, zorg en werken. De vorm is een woontoren in of dichtbij een grote stad. Onderin zijn winkels en horeca, daarboven praktijken van zorgverleners. De senioren wonen in de bovenste appartementen. Op het dak zijn welness- en recreatiemogelijkheden voor allen die wonen of werken in de toren.
Woon-werkproject
De drie concepten zijn niet bedoeld om werkelijk te bouwen, maar dienen als mogelijke denkrichting. Een eerste stap is gezet. In Eibergen wil Habion een woon-werkproject realiseren rond het thema kunst. In een voormalige weeffabriek komen maisonnettewoningen en ateliers, op het terrein erbij 24 levensloopbestendige appartementen. Met de gemeente en belangstellenden wil Habion de plannen invullen. Een bouwvergunning is er nog niet. Voor de toekomstige bewoners denkt de corporatie aan ouderen die hechten aan zelfstandigheid, een brede belangstelling hebben en die nog niet veel bezig zijn met zorg.
http://www.habion.nl/
inhoud
NPCF zet telezorgprojecten in het zonnetje
Bij het grote publiek is nog weinig bekend over telemedicine, zorg op afstand. Daar wil de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie verandering in brengen. Op de jaarlijkse goede voorbeeldendag begin maart in Apeldoorn worden dit keer onder andere goede telemedicine projecten in het zonnetje gezet, zegt Jacqueline Baardman van de NPCF. In Apeldoorn wordt ook de nieuwe NPCF-site ‘Consument en zorg' aan de achterban, partners en relaties gepresenteerd.
Ervaringen van anderen
Het wordt een informatieve site waar mensen ook hun ervaringen met zorgverleners en zorgprojecten kunnen geven. Daaraan bestaat volgens Baardman bij de consument grote behoefte. ‘Mensen gaan misschien nog wel meer op de ervaringen van anderen af dan op de objectieve informatie van KiesBeter.' Stap voor stap wordt de site uitgebreid. In de loop van april krijgen consumenten gratis toegang tot Consument en zorg.
Kwaliteitscriteria
Binnen de NPCF wordt de stand van zaken op telezorg en telemedicine gebied opgemaakt. Er zijn eenvoudige en zwaar opgetuigde applicaties. Naast algemene toepassingen zijn er veel aandoeningsspecifieke applicaties. Voor de NPCF zou het uitgangspunt moeten zijn: wat heeft de patiënt nodig, niet: wat is technisch mogelijk. En dat er kwaliteitscriteria komen om te kunnen bepalen of iets goede, slechte of overbodige telezorg is.
inhoud
Blijven meedoen met TeleContact
Na TeleMedicine en TeleZorg is nu ook TeleContact in opkomst. Nieuwe technologie wordt daarbij niet alleen ingezet voor communicatie met zorgverleners of directe familie, maar ook met verdere familie en vrienden en ook met zakelijke dienstverleners. TeleZorgSupport B.V. uit Groningen is intussen in verschillende plaatsen in overleg om TeleContact te realiseren.
Hoe werkt TeleContact?
Judith van Royen-Ottes van TeleZorgSupport: ‘Zo eenvoudig mogelijk, op een manier die voor ouderen tot op zeer hoge leeftijd uitvoerbaar is. Via de eigen tv, met een eenvoudige afstandsbediening en settopbox, die geheel naar de persoonlijke situatie van de klant kan worden ingesteld. Aan andere kant (mantelzorger / familie / vrienden / dienstverlener) verloopt de communicatie via de eigen PC. We zijn intussen zo ver dat je bijvoorbeeld ook kunt denken aan communicatie met de bibliotheek: via TeleContact laat je weten welke boeken je zou willen lezen.'
Basisbehoeften van de klant
U benadrukt de eenvoud van de apparatuur?
‘Uitgangspunt zijn de basisbehoeften van de klant op het gebied van welzijn, veiligheid en zorg. Zelfredzaamheid, daar gaat het vooral om. Dat betekent niet dat je de nieuwste ingewikkelde snufjes moet gebruiken, maar je moet richten op wat voor de klant, die aan huis gebonden is, écht belangrijk is om op een eenvoudige manier op afstand contact te onderhouden met familie, zorgverleners, maar bijvoorbeeld ook instanties, dienstverleners, etc.'
Meer focussen op innovatie
Zal TeleContact op korte termijn een grote vlucht nemen?
‘De behoefte is er en de techniek is er. Vraag en aanbod zullen zeker grote vormen aannemen Punt is natuurlijk wel dat er ook financiering voor moet zijn. Dat is op dit moment dan ook vaak het belangrijkste onderwerp van overleg. Aan de ene kant zie je belangrijke innovatieve ontwikkelingen waar heel veel mensen bij gebaat zijn. Aan de andere kant zie je dat er in de sector van wonen, welzijn en zorg allerlei actuele zaken spelen (WMO, budgetproblemen, fusies) waardoor de focus minder op innovatie is gericht.'
Onmisbaar voor zorgsector
Toch legt de overheid sterk accent op het belang van innovatie.
‘Niet voor niets hebben nu de minister en staatssecretaris van VWS de oprichting van het Zorginnovatieplatform aangekondigd. Op die manier zullen innovaties ongetwijfeld sterker in beeld komen. Maar iedereen die in deze sector werkt ziet natuurlijk zelf ook steeds meer dat je niet zonder dit soort innovaties kunt. Bij de toenemende arbeidsmarktproblemen (en vergeet met name in de Randstad ook de verkeersproblemen niet) wordt voor zorginstellingen TeleZorg steeds meer onmisbaar, om personeel en ervaring zo efficiënt mogelijk in te zetten.'
Vereenzaming voorkomen
Daarnaast is TeleContact vooral in het dagelijks leven van de oudere / gehandicapte een grote verbetering?
‘Met TeleContact kun je voorkomen dat ouderen geïsoleerd raken. Ouderen kunnen op deze manier blijven meedoen. Contact -zeker ook TeleContact- voorkomt vereenzaming.'
inhoud
Samenwerking SIR-55 met Rabo Vastgoed BV
SIR-55 (collectief van 55-plussers) heeft een samenwerkingsovereenkomst getekend met Rabo Vastgoed BV, onderdeel van Bouwfonds Property Development. Doel van de samenwerking: meer woningen realiseren voor 55-plussers in Nederland.
Wonen, leven en beleven door medioren & senioren
SIR-55, ooit door consumenten opgericht (‘wonen, leven en beleven door en voor medioren & senioren'), ontwikkelt woningen voor en door 55-plussers. SIR-55 zegt zich in een nieuwe groeifase te bevinden en op zoek te zijn gegaan naar een partner die kan bijdragen aan deze groei. In het eerste project met Rabo Vastgoed BV worden 12 patiowoningen in Almere gerealiseerd.
Collectief Particulier OpdrachtGeverschap
De woningen worden ontwikkeld volgens het model van Collectief Particulier OpdrachtGeverschap. Het bouwbureau van SIR-55 is namens de kopers opdrachtgever, Rabo Vastgoed BV financiert en neemt het risico van de onverkochte woningen. Bij gebleken succes wordt de samenwerking in andere plaatsen voortgezet.
http://www.sir55.nl/
inhoud
Regionale netwerken ouderenzorg
‘Optimale ouderenzorg is alleen te bereiken met elkaar. Dat wil zeggen: met alle disciplines die gezamenlijk in de vraag van ouderen - op alle leefterreinen - kunnen voorzien' Dit zegt het onderzoeksinstituut ZonMw, dat binnenkort van start kan gaan met Nationaal Programma Ouderenzorg. ‘ De kracht van dit programma is om die breedte te zoeken. Dus niet alleen medisch, niet alleen langdurende zorg, welzijn of preventie. Maar het hele scala, in samenwerking met álle partijen die daaraan kunnen bijdragen.'
Rond de UMC's
Integrale ouderenzorg vraagt volgens ZonMw om samenhang en draagvlak. ‘Daarvoor is een betere infrastructuur nodig. Om daarin te voorzien worden er vanuit het programma regionale netwerken gevormd. Daarin zitten alle relevante partijen, zoals huisartsen, welzijnsvoorzieningen, regionale ouderenbonden, gemeentelijke voorzieningen, thuiszorg, apothekers, zorghuizen, verzekeraars en verpleeghuisartsen.' De acht Universitaire Medische Centra (UMC's) nemen op verzoek van het ministerie van VWS het voortouw om die netwerken in hun regio tot stand te brengen. Uiteindelijk moeten deze uitgroeien tot een landelijk dekkend netwerk: de ruggengraat van de ouderenzorg.
Nu te gefragmenteerd
De huidige zorg is volgens ZonMw te gefragmenteerd om adequaat te reageren. ‘Er zijn te veel loketten voor de verschillende problemen en die werken onderling te weinig samen. Ook blijkt dat bij ziektes de behandellast soms onnodig groot is. Zo kan een behandeling van de ene ziekte een negatief effect hebben op de behandeling van een andere ziekte. Dat alles staat een optimale ouderenzorg in de weg.'
inhoud
Telecom laat kansen vergrijzing liggen
De telecommunicatie-industrie blijft zich ondanks de vergrijzing richten op jongeren. Dit betekent een onnodig kleinere doelgroep, met een negatiever resultaat als gevolg. De telecombranche moet zich dan ook richten op het ontwikkelen van gebruiksvriendelijke producten en diensten voor alle doelgroepen. Dit is een van de uitkomsten uit de TMT Dutch Predictions 2008, die Deloitte deze maand heeft gepresenteerd. In deze jaarlijkse publicatie geeft Deloitte haar toekomstvisie op ontwikkelingen en trends binnen de technologie-, media- en telecombranche (TMT).
Potentiële groeimarkt
In 2020 zullen er in zowel Europa als Noord-Amerika 75 procent meer 50-plussers zijn dan personen onder de twintig jaar. Daarbij is ook het aandeel van de 45-plussers in de welvaart in de meeste ontwikkelde landen aanzienlijk groter, dan dat van de 45-minners. De telecomsector blijft zich desondanks richten op jongeren en laat daarbij een potentiële groeimarkt links liggen. De stagnerende groei binnen de branche kan opbloeien door een focus op een bredere doelgroep, waarbij ook ouderen aangesproken worden.
Handleiding belangrijk
Een dergelijke focus, vraagt een andere aanpak. Voor de oudere doelgroep is prijs niet meer de enige factor, maar spelen fysieke gebruiksmogelijkheden van telecommunicatieproducten en diensten een belangrijke rol. Uit het onderzoek van Deloitte, in samenwerking met Blauw Research, blijkt dat 25-50 jarigen en 50-plussers verschillende aspecten belangrijk vinden bij de aanschaf van een mobiele telefoon, TV of internet. Zo vinden 50-plussers een goede handleiding bij een mobiele telefoon veel belangrijker dan de jongere doelgroep.
Groot beeldscherm en grote knoppen
Piet Hein Meeter, industryleader TMT bij Deloitte: ‘Ze vinden het zelfs bijna net zo belangrijk als de prijs. Ook wordt er veel meer waarde aan een groot beeldscherm en grote knoppen gehecht. Bij aanschaf van een televisie geven 50-plussers verder aan stroomverbruik, een duidelijke afstandsbediening en een goede handleiding belangrijk te vinden.' Bij de keuze van een internetprovider hechten 50-plussers met name meer waarde aan service en veiligheid (bijvoorbeeld spamfilter en virusscanner).
Meer nadruk op service en gemak
Producenten dienen bij het maken van reclame rekening te houden met deze overwegingen, aldus Deloitte. Huidige communicatie-uitingen gebruiken termen als Video On Demand (VOD) en Electronic Programming Guide (EPG). Uit het onderzoek blijkt echter dat circa de helft van de 50-plussers geen idee heeft wat deze termen betekenen. ‘De vraag is dan ook hoe effectief sommige reclames zijn wanneer er uitvoerig ingegaan wordt op de technische mogelijkheden van apparaten. De relevantie en aansprekendheid van reclame voor de 50-plussers kan juist verhoogd worden door meer de nadruk te leggen op bijvoorbeeld goede service en gemakkelijke installatie.'
Netwerken op internet
In het rapport van Deloitte wordt opgemerkt dat de diensten die worden aangeboden op internet (de hoofdreden om het te gebruiken) ontworpen lijken voor een jong publiek. ‘De sociale netwerken zijn hier een voorbeeld van. Maar de communicatie met gelijkgestemden, bestaansreden bij uitstek, is bij 50-jarigen net zo groot als bij 15-jarigen. Dat blijkt uit het succes van de netwerken die zich wel richten op de oudere doelgroep.'
inhoud
Eerste tweeverdieners melden zich voor dubbel pensioen
Dorly Deeg, hoogleraar epidemiologie van veroudering aan de Vrije Universiteit. spreekt allang niet meer in termen van oud en jong: De groep 55- tot 65-jarigen zijn laat middelbaar, de 65- tot 75-jarigen jonge ouderen, de 75- tot 85-jarigen gewone ouderen en daarboven heet je oudste ouderen, zegt zij in de Telegraaf van afgelopen zondag.
Free Willy's en tijdbaronnen
Nathalie Bekx (met haar bureau Bexpertise een van de bekendste trendwatchers in België) noemt zestigers de Free Willy's: Ze vertonen vaak de neiging om los te gaan in de wetenschap dat ze morgen kunnen sterven. De zeventigers zijn de tijdbaronnen. Zij doen het liefst één ding per dag en daar genieten ze van. Zij kiezen voor quality time. Pas vanaf 80 jaar kun je zeggen dat het gepensioneerden zijn die achterom kijken, maar die zich desondanks vaak helemaal niet oud voelen, aldus Nathalie Bekx.
Toenemend verschil relatief arm en rijk
Deeg en Bekx geven hun visie in een Telegraaf-reportage reportage naar aanleiding van het feit dat minister Ter Horst onder druk van de bonden met pijn in het hart toezegde dat ambtenaren na hun 65e jaar eventueel mogen blijven doorwerken. Tom Kok (adviesbureau Cool Group) zegt in dit artikel dat door de combinatie van welvaartsstijging, vererving en het verschijnsel dat nu ook de eerste tweeverdieners zich voor een dubbel pensioen melden, er een golf van rijkdom spoelt over steeds meer oudere mensen, waarbij het verschil tussen relatief arm en relatief rijk snel toeneemt.
inhoud
SeniorLab geen aanmeldingsstop meer
Actieve 60+'ers uit Amsterdam en omgeving die mee willen doen aan onderzoek zijn weer welkom bij het SeniorLab van de Universiteit van Amsterdam. Tijdelijk was er een aanmeldingsstop, omdat de belangstelling voor deelname overweldigend was. Nu is er veel nieuw onderzoek gestart, o.a. naar het effect van cafeine, waar ouderen aan mee kunnen doen. Op de testpagina van het SeniorLab staan voorbeelden van testjes die gebruikt worden om geheugen en reactiesnelheid te onderzoeken. Wie zich aanmeldt kan worden uitgenodigd vergelijkbare proefjes in het lab te komen doen.
Denkprocessen
Het SeniorLab onderzoekt hoe denkprocessen veranderen met het ouder worden. Hoe dat samenhangt met veranderingen in de hersenen, en of en wat er gedaan kan worden om achteruitgang in mentale vermogens tegen te gaan. De onderzoekers gaan er van uit dat de veranderingen van de hersenen het resultaat zijn van geleidelijk proces. Daarom is het van belang denkprocessen van ouderen gedurende een langere periode te onderzoeken. Om meer te weten te komen over ziekten als Alzheimer, is ook kennis nodig van gezonde ouderen.
Online-onderzoek
Een groot aantal ouderen doet ook mee aan online-onderzoek. Daar zijn voorlopig voldoende deelnemers voor. Deelnemers vullen vragenlijsten op de eigen PC in. De vragen gaan over onder andere: de leefsituatie, gezondheid en leefstijl. De gegevens worden geanonimiseerd.
Via de testpagina kan de bezoeker ook de nationale geheugentest doen. Deze test is samen met de Alzheimer Stichting Nederland ontwikkeld. De uitslag geeft een beeld van het eigen geheugen vergeleken met dat van leeftijdsgenoten. Het is, stelt het SeniorLab nadrukkelijk, niet meer dan een indicatie, en een momentopname.
Geheugen trainen
Wie zijn geheugen wil trainen, kan zich bekwamen in enkele in de geheugenpsychologie ontwikkelde technieken. Met die geheugenhulpjes kunnen gezichten, namen, boodschappenlijstjes of pincodes of telefoonnummers gemakkelijker worden onthouden.
Het SeniorLab geeft elke drie maanden een elektronische nieuwsbrief uit. Met resultaten van internationaal wetenschappelijk onderzoek, interviews met onderzoekers en aardige weetjes.
http://www.seniorlab.nl/
inhoud
Pensioenfonds als dienstverlener integrale financiële planning
Pensioenfondsen hanteren een voor iedereen gelijke premiepercentages, de zogenoemde doorsneepremie. Daar is eigenlijk geen goede reden voor te bedenken, zegt Coen Teulings, directeur van het Centraal Planbureau. Het zou veel logischer zijn om die premie te differentiëren, aldus Teulings bij het congres ‘Verzekerde vergrijzing' van Netspar en het Verbond van Verzekeraars.
Fonds heeft de kennis in huis
Mensen hebben volgens de CPB-directeur behoefte aan een subtieler systeem dat veel meer rekening houdt met hun persoonlijke omstandigheden dan de ‘onze size fits all' doorsneepremie die nu door pensioenuitvoerders wordt gehanteerd. Tegelijkertijd wil je dan niet allemaal zelf moeten uitzoeken. ‘Het fonds heeft de kennis in huis om dat goed te doen, de meeste deelnemers niet.'
Ambitie pensioensector
Teulings toonde zich verrast over de snelheid waarmee pensioenfondsen zich hebben aangepast aan de nieuwe omstandigheden (daling beurskoersen en rente, op grote schaal aanpassing contracten, overgang van eind- naar middelloon, beschikbare premieregelingen). ‘De sector heeft daarmee ook wel een bepaalde ambitie losgemaakt.' Pensioenfondsen kunnen zich gaan ontwikkelen als dienstverleners voor een integrale financiële planning van de levensloop. De CPB-directeur verwacht dat deelnemers daar grote behoefte aan zullen hebben.
Samenhang met sociale zekerheid
In de visie van Teulings wordt hierbij rekening gehouden met de samenhang tussen pensioen en sociale zekerheid. ‘We breiden de regeling uit en maken de hoogte van premies en uitkeringen afhankelijker van allerlei verwachte en onverwachte gebeurtenissen tijdens de levensloop.'
inhoud
Domoticatoets in Gelderse gemeenten
In een aantal gemeenten in de Gelderland start een proef met een internet domoticatoets voor eigenaar-bewoners. Het past in Ontgroening en Vergrijzing, het programma waarmee de provincie inhoud wil geven aan wonen, zorg en welzijn. De provincie kiest voor gemeenten waarvan bekend was dat ze keken of bestaande woningen konden worden aangepast voor ouderen. Daarbij ging het om bouwkundige aanpassingen. Daarvoor hadden we, vertelt Henk Langes van de provincie Gelderland, een ‘doorzonscan' laten ontwikkelen. Bij de scan waren vaak corporaties, zorgaanbieders en ouderenorganisaties betrokken. Iedereen die er mee te maken heeft, zit daar al aan tafel. In dezelfde gemeenten wordt nu de waarde van een combinatie van scan en domoticatoets onderzocht.
Toetsing
De toets is door TNO ontwikkeld. Er zijn vragen over vier rubrieken: gezond zijn, slim communiceren, gemak genieten en veilig zijn. Bij het formuleren van de vragen waren ouderen actief betrokken. De sitebezoeker kan aanvinken wat voor aanpassingen hij wil en of hij meer over een onderwerp wil weten. Na afloop krijgt hij een op zijn situatie afgestemd advies met een prijsindicatie, zegt Josephine Dries van TNO. ‘Sommige dingen kan de bewoner zelf of samen met anderen doen, voor andere zaken is een installateur nodig.' Namen van bedrijven of installateurs worden bewust niet genoemd. ‘De toets is generiek, iedereen kan hem invullen en advies krijgen.'
Lokaal en kleinschalig begin
In de lokale projecten komt waarschijnlijk wel een verwijzing, bijvoorbeeld naar het WMO-loket van de gemeente, zegt Henk Langes van de provincie Gelderland. ‘Lokaal is bekend welke installateurs kwaliteit leveren, en welke winkels de producten verkopen. Misschien tonen corporaties ook interesse om bepaalde diensten die ze huurders bieden ook aan eigenaar-bewoners te leveren. De test gaat in Lochem, Westervoort, Duiven, Heumen, Elburg en West Maas en Waal van start. De domoticatoets is ook in brochurevorm beschikbaar. We kiezen bewust voor kleinschalig, zegt Langes. Als je in twee straten begint kun je mensen persoonlijk benaderen. Als het goed werkt kun je uitbreiden. Begin je grootschalig, dan blijft het vaak bij een folder in de brievenbus.
Ouderen actief betrokken
Bij de uitvoering is TNO maar een van de begeleiders. De provincie gaat in zee met verschillende bureaus. Per gemeente geeft een daarvan een invulling aan de combinatie doorzonscan - domoticatoets. Ook dat geeft de mogelijkheid te kijken wat goed is en wat beter kan, zegt Langes. In de lokale projecten zijn ouderen actief betrokken. ‘Zij zijn de mensen waar het om gaat. We willen weten of en welke domotica toegevoegde waarde heeft. Of er een draagvlak is omdat ouderen zien wat het effect is.' Als het goed werkt kunnen andere gemeenten daar hun voordeel mee doen. http://www.domoticatoets.nl/
inhoud
|