Inhoud
Kop-groep geeft therapie aan dementerendeIn Nederland lijden naar schatting 270.000 mensen aan dementie. Na de diagnose, vallen deze mensen vaak in een gat en therapie is er nog nauwelijks. Daar komt langzamerhand verandering in. Mensen met Alzheimer hebben een probleem in hun ‘kop’. Daarom zijn er nu Kop-groepen met therapie voor mensen die nog goed beseffen wat er met hen gebeurt. Doel is de dementerende weerbaarder te maken door aan te sluiten bij wat hij nog wel kan. Alzheimer Nederland geeft trainingen om Kop-groepen te kunnen leiden.
Geen ‘gespreksgroep’De Kop-groepen zijn behandelgroepen, geen gespreksgroepen, zegt psychologe Maaike Appels van Alzheimer Nederland. In kleine groepjes, met ongeveer acht deelnemers, krijgen de dementerenden therapie van een ervaren behandelaar, een psycholoog, sociaal geriatrisch verpleegkundige of maatschappelijk werker. Tijdens de sessies, van gemiddeld 1,5 uur, praten mensen over het omgaan met de ziekte. De sessies zijn vaak in de ambulante afdeling van instellingen, daarbij is bewegen ook een belangrijk een onderdeel van de therapie. Onder leiding van een fysiotherapeut gaan de dementerenden de sportzaal in. ‘Soms ontdekken mensen dat denken minder dan misschien minder gaat maar het lichaam het nog heel goed doet. Daar kunnen ze dan veel eigenwaarde aan ontlenen.’ Sommige verpleeghuizen bieden ook gesprekstherapie in dagbehandeling aan.Het Kop-groep concept is ontwikkeld binnen de GGZ. ‘De boodschap is: dementie is een tragedie, maar je kunt er zelf iets aan doen.’ De therapie heeft als centraal idee dat het gedrag van mensen met dementie is te verklaren uit de wijze waarop zij zich aanpassen (adaptatie) en omgaan met de stress (coping). De dementerende leert om te gaan met de eigen beperkingen en krijgt steun bij het bewaren van de emotionele balans. Ook leert hij hoe hij terwijl de ziekte doorzet sociale contacten te onderhouden. En samen met therapeut en lotgenoten wordt vooruitgekeken naar de (on)zekere toekomst.
Meer Kop-groepen noodzakelijkVoor partners en mantelzorgers bestonden al de Alzheimercafé’s waar voorgelicht wordt en mensen steun bij elkaar kunen vinden. Voor de patienten zelf is er nu de Kop-groep. Om te kunnen deelnemen is de voorwaarde dat de dementerende zich bewust is van zijn situatie, mobiel en verstaanbaar voor anderen is en goed kan horen. Er zijn nu rond de 40 Kop-groepen. Veel te weinig, vindt Appels. Zij schat dat circa 10% van de dementerenden baat kan hebben bij deze therapie. ‘De empowerment van mensen met dementia staat nog in de kinderschoenen.’ Alzheimer Nederland wil dat er snel veel meer Kop-groepen komen. Binnenkort verschijnt een handleiding over het opzetten van Kop-groepen en 17 april is er een workshop. www.alzheimer-nederland.nl
inhoud
Oudere mensen maken helemaal niet zoveel zorgkostenGezondheidseconoom Johan Polder, die vrijdag zijn inaugurele rede uitsprak als bijzonder hoogleraar in Tilburg, betwijfelt of de zorgkosten van vergrijzing zo hoog zijn als tot nu toe wordt gedacht. ‘Oudere mensen maken normaliter niet zoveel zorgkosten. Alleen in het jaar van overlijden nemen die fors toe. Als mensen later doodgaan, worden niet meer kosten gemaakt maar worden die kosten later gemaakt.’
Nieuwe generaties ouderen gezonderProf. Polder wijst er ook op dat de zorgkosten samen hangen met de doodsoorzaak. Kanker heeft hart- en vaatziekten verdrongen als belangrijkste doodsoorzaak. De gevolgen van die verandering voor de zorgkosten, zijn nog niet bekend en worden nu onderzocht. Het beleid gaat bij verwachtingen uit van de huidige generatie ouderen. Verschillen in welvaart en gezondheid tussen generaties, kunnen ook tot andere kosten leiden. De nieuwe generaties , met de babyboomers die nu hun pensioen naderen, zijn welvarender en gezonder dan hun ouders.
Arbeidsproductiviteit niet eindeloos opschroevenPolder werkt bij het RIVM met een collega aan de vierjaarlijkse Volksgezondheid Toekomst Verkenningen, de vijfde editie daarvan verschijnt in 2010. De gezondheidseconoom constateert dat de vergrijzing veelkleurig is. Naast de kosten zijn er de gevolgen voor maatschappij en economie. Hij is blij dat minister Klink daar nadrukkelijk aandacht voor vraagt. Economen gaan er meestal vanuit dat hoe minder tijd iets kost, hoe hoger de doelmatigheid is. Polder maakt daar voor de zorg een kanttekening bij. Je kunt een euro maar 1 keer uitgeven, maar de arbeidsproductiviteit kan niet eindeloos opgeschroefd worden. Een muziekstuk wordt niet doelmatiger als je het in een sneller tempo speelt. Meer patienten die allemaal minder aandacht krijgen is ook niet doelmatiger, omdat in de zorg aandacht een waarde op zich heeft.
Collectieve en individuele preventiePolder is een groot voorstander van collectieve en individuele preventie. ‘Preventie is niet goedkoop, maar wel doelmatig. Tegen verhoudingsgewijs lagere kosten kun je hetzelfde of meer bereiken.’ Of preventie in het basispakket moet, staat voor hem niet vast. Bij collectieve preventie neemt de overheid maatregelen. Het bevolkingsonderzoek op borstkanker is buitengewoon doelmatig. Anti-roken maatregelen en alcoholgebruik tegengaan, zijn andere vormen van collectieve preventie. Bij het basispakket gaat het om aanspraken, die moet je beperken tot mensen met een groot risico op schade. Politiek lopen de meningen uiteen of je therapieën om te stoppen met roken moet vergoeden. Sommige zorgverzekeraars hebben al preventieprogramma’s voor veel te zware mensen, zoals bewegen op recept en van klacht naar kracht. Het lijkt erop dat die aanpak effectief is. Polder ziet weinig in het bestraffen van ongezond gedrag. Al was het maar omdat het bijna niet te controleren valt.
Het hele pakket eens doorlichtenDe afgelopen jaren is het basispakket vaak veranderd: de pil ging eruit en kwam er weer in, fysiotherapie verdween, net als de tandzorg voor volwassenen. Meestal ontstonden de wijzigingen om politieke overwegingen. Bij preventie en geneesmiddelen wordt gekeken naar de kosten-effectiviteit. Bij curatieve zorg gaat het anders. Wanneer chirurgen een variant op een bestaande techniek ontwikkelen of een nieuw hulpmiddel gaan gebruiken, komt dat min of meer vanzelf in het pakket. Polder zou het goed vinden ook voor de curatieve zorg naar de kosten-effectiviteit te kijken. ‘Het zou hartstikke goed zijn het hele pakket eens door te lichten.’
inhoud
‘Innovatiekracht in Wonen & Zorg’In 2007 vierde het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg zijn vijfjarig bestaan als informatiepunt voor kennis op het terrein van wonen, zorg en welzijn. Dit is door het Kenniscentrum aangegrepen om de oogst van vijf jaar innovatiekracht te tonen met een verkiezing van het meest vernieuwende woonzorgproject, een landelijk congres en het boek ‘Innovatiekracht in Wonen & Zorg’. In het boek wordt teruggekeken op de veranderingen in de afgelopen vijf jaar en naar nieuwe woonprojecten voor de nabije toekomst. Het streven is hierbij om zoveel mogelijk tegemoet te kunnen komen aan wat mensen zelf graag willen, namelijk zo lang mogelijk meedraaien in de maatschappij, de regie over eigen leven houden en zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. ‘Innovatiekracht in Wonen & Zorg’ besteedt ook aandacht aan woonprojecten die op dit moment al gerealiseerd zijn of worden in ons land en al voldoen aan veel wensen en behoeften van de bewoners.
Arnold ReijndorpStadssocioloog Arnold Reijndorp doet al meer dan vijftien jaar onderzoek naar de relatie tussen stedenbouw en samenleving. Onderwerpen die in zijn onderzoeken aan de orde komen, zijn onder meer de sociale dynamiek in de stadswijken, de diversiteit van de bevolkingssamenstelling en de opkomst van andere levenswijzen, de betekenis van de buurt en de straat. Op blz 66 in ‘Innovatiekracht in Wonen en Zorg’ geeft hij zijn visie op wat de ouder wordende mens nu werkelijk nodig heeft. “Het gaat- denk ik- niet om het zo lang mogelijk thuis wonen, maar om het op dezelfde manier kunnen blijven leven. […] Mensen die het gewend zijn zorg collectief te regelen, met de buren of de familie, doe je geen plezier met zo lang mogelijk thuis te blijven wonen als dat netwerk er niet meer is.” Het gaat dus niet alleen om de plek waar de mensen zelf wonen, maar voornamelijk om de directe omgeving, het zogenoemde ‘sociale vangnet’. Als dat wegvalt als vertrouwde basis is er voor veel ouderen nog maar weinig reden om te blijven en is verhuizen naar een verzorgingshuis vaak een betere optie. Volgens Reijndorp is het dus zaak de hele buurt op de schop te nemen en niet alleen te kijken naar de mogelijkheden ‘achter de voordeur’ maar een toekomstperspectief voor de hele wijk te bepalen waarin de ouderen en hun voorzieningen een belangrijke rol spelen.
‘Innovatiekracht in Wonen & Zorg’ , Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg
inhoud
CAO die doorwerken mogelijk maaktDe groep mensen die doorwerkt na hun (pre)pensioen groeit snel. Op dit moment zijn er al ruim 100.000 doorwerkers . Maar op arbeidsvoorwaardengebied is er voor hen nog weinig geregeld. In oktober 2007 kwam er een doorwerk cao, met speciale bepalingen voor oudere werknemers die na hun (pre)pensioen niet achter de geraniums willen zitten. Bastiaan Poot van de vakbond Landelijke Belangenvereniging (LBV) was partij namens de werknemers. ‘De doorwerknemer stuit op problemen met wet- en regelgeving, maar de werkgever ook.’ Door deze nieuwe cao zijn deze ouderen een aantrekkelijke doelgroep voor verzekeraars om o.a. aansprakelijkheid te verzekeren.
Mogelijkheden, maar geen verplichtingen‘Uitgangspunt van de doorwerk cao is dat er mogelijkheden komen, geen verplichtingen.’ Een van de bepalingen is dat er een onbeperkt aantal 3 maand contracten is toegestaan. Aantrekkelijk voor de werkgever, omdat doorbetaling bij ziekte beperkt blijft tot 3 maanden. De werknemer die dat wenst kan een tijdje stoppen met werken. Andere op de doelgroep toegespitste bepalingen gaan over werken op onregelmatige werktijden. Doorwerknemers mogen in weekenden of op avonden werken, maar kunnen daartoe niet verplicht worden. En bij geboorte van een kleinkind, is er recht op een vrije dag.
inhoud
Zorg thuis met gerichte technologieEen betere kwaliteit van leven voor de patiënt, dat is wat het Koala project biedt. Koala is een vorm van ketenzorg met als samenwerkende partijen: zorgverzekeraar Menzis, Thuiszorg Groningen en KPN Telecom. Koala ziet dat er door de vergrijzing steeds meer mensen komen die zorg nodig hebben, terwijl er minder jonge mensen zullen zijn om die zorg te leveren. Door gericht technologie in te zetten kan die zorg er in de toekomst toch blijven. Koala is telemedicine, zorg op afstand, maar toch heel dicht bij huis. Via een druk op de afstandsbediening krijgt de patiënt via de eigen televisie direct contact met een verpleegkundige van het medisch servicecentrum. Samen kan besproken worden wat er nodig is. Met Koala krijgen patiënten meer regie in handen, zij bepalen zelf wanneer er contact nodig is.
Koala als contactpuntWachten op de thuiszorg, hoeft niet meer. Voor bepaalde metingen, bloeddruk, gewicht, longfunctie, bloedsuiker, hartfunctie hoeven ze niet naar het ziekenhuis. Bijzonder is dat aan huis gebonden chronisch zieken met Koala ook via de televisie contact met vrienden of familie kunnen maken. Koala begon als proef eind 2006. Inmiddels doen ook drie ziekenhuizen mee. Voor het project bestaat nationaal en internationaal grote belangstelling. Op de site staat een recente video waarin ook gebruikers aan het woord komen. www.koalaweb.nl
ZorggarantieSinds 1 maart 2007 kent Menzis een zorggarantie voor acute thuiszorg, voor mensen in Groningen, Twente en de Achterhoek. De zorgverzekeraar vergoedt deze zorg ook volledig. Verzekerden hebben een 0900 nummer voor als ze onverwacht en snel thuiszorg nodig hebben. Diezelfde dag krijgen ze dan van een verpleegkundige van Sensire, Thuiszorg Groningen of Carint de gevraagde thuiszorg. Thuispreventie is een andere vorm van aandacht die Menzis geeft aan oudere verzekerden. In Stadskanaal gaan mensen van de welzijnszorg bij ouderen op huisbezoek. Ze nodigen zichzelf uit en bespreken thuis hoe het gaat en of er een vorm van steun nodig is. Dat is niet altijd aan de orde, in andere gevallen volstaan vaak simpele afspraken. Bijvoorbeeld at een buurvrouw af en toe een boodschap doet of iets in het huishouden. Als er meer nodig is, volgt een intake gesprek en wordt zorg in gang gezet. Menzis stimuleert dit soort thuispreventie, het welzijn doet de huisbezoeken.
inhoud
Gepensioneerde wil zijn ‘money back’ Na discussies in de twaalf regio’s is het meerjarenbeleidsplan ‘NBP op koers’ het onderwerp van een extra ledenraadsvergadering van de Nederlands Bond van Pensioenbelangen op 20 februari. Standpunt 1 uit dit plan is: ‘Het bewerkstelligen van volledige indexatie van de pensioenen is en blijft de corebusiness van de NBP.’ Onder volledige indexatie verstaat de NBP tevens ‘een eventuele inhaalindexatie over de periode waarin geen sprake is geweest van volledige indexatie’ Standpunt 2 sluit hierop aan: Als controle van de gegevens door deskundigen ondubbelzinnig uitwijst dat in voorgaande jaren aan gepensioneerden is verdiend, neemt de NBP de slagzin over van Margaret Thatcher: I want mij money back.
Fondsbesturen anachronistischVerder stelt de NBP dat de zeggenschapsverhoudingen in de fondsbesturen anachronistische trekken vertonen. De Pensioenwet dient zodanig gewijzigd te worden dat opname van gepensioneerden in de besturen van de pensioenfondsen verplicht wordt gesteld (minimaal eenderde van bestuurszetels). Ook spreekt de NBP in het conceptplan uit dat het tijdverlies is te trachten een grootschalige concentratie van ouderenorganisaties tot stand te brengen. Wel kan worden nagegaan of door samenwerking met andere pensioenbonden een gemeenschappelijk bureau met bredere expertise en bemensing geformeerd kan worden. ‘Van de pensioenfondsen wordt per gepensioneerde een jaarlijkse bijdrage in de kosten van het bureau gevraagd.’
Ouderenorganisaties verdeeldVolgens de Nederlandse Bond van Pensioenbelangen spelen gepensioneerden een uiterst bescheiden rol in het politieke spel. ‘De ouderenorganisaties zijn ofschoon omvangrijk in aantal (650.000 CSO-leden) vaak verdeeld en kunnen geen vuist maken.’ De grijze golf is in de waarneming van de NBP in de politiek niet de aanduiding van een groep burgers die belangrijke bijdragen aan de samenleving hebben geleverd en nog kunnen leveren, maar vooral een symbool van naderend onheil. ‘Geen eigen programmaminister, zoals voor integratie, jeugd en gezin, geen sprake van specifiek op senioren gericht beleid anders dan aandacht voor de financiële aspecten van de vergrijzing.' www.pensioenbelangen.nl
inhoud
|