| Nieuwsbrief 104 |
Laatste nieuwsbrief van dit seizoenDit is de laatste nieuwsbrief van dit seizoen. De eerstvolgende nieuwsbrief ontvangt u op dinsdag 7 september. Via onze website blijven wij u ook in deze periode voorzien van actueel nieuws: www.zorginnovatie.nl De redactie wenst alle lezers een plezierige vakantietijd toe. Waar is het goed wonen?Welke gemeenten hebben senioren het meeste te bieden? Naarden, Blaricum en Soest zijn de beste plek voor senioren. In het Elsevier-onderzoek Waar is het goed wonen? zijn alle gemeenten vergeleken op kwaliteiten die voor hen later van belang zijn: de huisarts en huisartsenpost dichtbij, evenals een ziekenhuis, en vooral ook weinig misdaad en gevaar in het verkeer. En graag ook de handige en aangename zaken des levens, zoals een behoorlijk winkelaanbod, aantrekkelijke leefomgeving en goede dienstverlening van de gemeente. De top-25 van gemeenten bestaat voor senioren uit: 1. Naarden, 2. Blaricum, 3. Soest, 4. Oldenzaal, 5. Haren, 6. Bloemendaal, 7. Waalre, 8. Heemstede, 9. Voorschoten, 10. Scherpenzeel, 11. Laren (N-H), 12. Voerendaal, 13. Houten, 14. Baarn, 15. Bussum, 16. Leusden, 17. Eijsden, 18. Midden-Delfland, 19. Hilversum, 20. Rheden, 21. Edam-Volendam, 22. Sint Michielsgestel, 23. Leidschendam-Voorburg, 24. Meerssen, 25. Zoeterwoude. www.elsevier.nl Senioren worden minderheid in woonzorgcomplexSlechts één op de vijf woonzorgcomplexen voldoet aan de oorspronkelijke definitie van zo’n complex. Naast ouderen die geen of nauwelijks zorg nodig hebben, wonen er steeds vaker andere doelgroepen. Tachtig procent van de woonzorgcomplexen huisvest naast senioren minstens één andere doelgroep, veelal dementerenden of ouderen die lichamelijke zorg behoeven. Veertig procent herbergt zelfs twee of drie extra doelgroepen. Dat blijkt uit onderzoek van Dort Spierings, promovendus bij het lectoraat Zorggericht bouwen aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen. Woonzorgcomplexen zijn volgens de officiële definitie van het ministerie van VWS bedoeld voor zelfstandig wonende ouderen, die er zonodig zorg op afroep kunnen krijgen. “Als je de meeste complexen naast die definitie legt, hebben ze te veel niet-zelfstandige woningen om een woonzorgcomplex mogen heten”, zegt Spierings. “Daarom spreken wij van een nieuwe generatie woonzorgcomplexen.” De jongste trend - van de laatste twee jaar - is om de complexen ook open te stellen voor mensen die niets met zorg te maken hebben, zoals starters en gezinnen. Het worden dan een soort kleine woonzorgzones, constateert de onderzoeker. Woningcorporaties kiezen naar eigen zeggen voor de samenwerking met zorgorganisaties om de integratie met andere groepen en de informele hulp te bevorderen. Maar de financiering is een zeker zo belangrijke reden, ontdekte Spierings. www.zorgvisie.nl Hoe pas je woningen aan voor later?Het aantal 75-plussers groeit snel in Nederland, maar nog te weinig woningen zijn ‘vergrijzingsproof’. Om ervoor te zorgen dat mensen oud kunnen worden in hun eigen huis, is het nu nodig woningen aan te passen. De handreiking Geschikt wonen van VNG en Aedes geeft gemeenten en corporaties een overzicht van mogelijkheden hiervoor. In de brochure staan vooral concrete voorbeelden, adviezen en tips uit de praktijk. ‘De grote winst is te behalen in de bestaande bouw’, zegt Christiaan Luuring, accountmanager bij Aedes. ‘Daar is Woonkeur Bestaande Bouw een prima instrument voor. Maar het is natuurlijk slim om in nieuwbouw investeringen voor de toekomst meteen mee te nemen. Het gaat om praktische dingen als minder drempels en bredere deuren voor rollators en rolstoelen, extra trapleuningen en ruimere keukens en badkamers. Er zijn overigens ook nog te weinig woningen waarin mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking (jong en oud) zelfstandig kunnen wonen.’ Het aanpassen van woningen voor ouderen en mensen met een beperking moet vooral lokaal gebeuren. ‘Gemeenten en corporaties moeten daar samen voor gaan, ook als er weinig geld voor is. Er zijn genoeg mooie praktijkvoorbeelden van, dus het kan!’, aldus Luuring. www.aedesnet.nl Dringende oproep tot investeren in ouderenzorgBlijvend investeren in de ouderenzorg is noodzakelijk om de kwaliteit te verbeteren en efficiëntere zorg te leveren. Daarom verdient het Nationaal Programma Ouderenzorg (NPO) de ruimte om de ingeslagen weg een vervolg te geven. Dat is de strekking van een pamflet dat namens de ouderenkoepel CSO en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra op 22 juni naar de zorgspecialisten in de Tweede Kamer is gestuurd. De partijen wijzen erop dat ouderen, maar ook de veranderende omstandigheden op de arbeidsmarkt en de overheidsfinanciën vragen om een cultuuromslag in de ouderenzorg. “De Nederlandse ouderenzorg staat voor een enorme opgave. De kwaliteit moet omhoog, meer mensen met complexere vragen hebben zorg nodig, terwijl de kosten in de hand moeten worden gehouden. Daarbij komt dat de beroepsbevolking de komende decennia daalt met 500.000 mensen, terwijl juist honderdduizenden extra mensen in de zorg nodig zijn. Het aantal ouderen zal de komende twintig jaar stijgen van 2,5 miljoen naar 4,1 miljoen.” Het NPO is twee jaar geleden begonnen aan de noodzakelijke hervorming van de ouderenzorg. Betere en efficiëntere zorg, waarbij de oudere centraal staat en niet het zorgproces, is het uitgangspunt van 57 wetenschappelijke onderzoeken. /www.nationaalprogrammaouderenzorg.nl Naar een multigenerationele samenlevingEigenlijk moet onze maatschappij omgevormd worden naar een multigenerationele samenleving, waarin we met zijn allen voor elkaar zorgen, zegt hoogleraar ouderengeneeskunde Rudi Westendorp (die aan het hoofd staat van de Leyden Academy on Vitality and Ageing) in een interview in het tijdschrift DENKBEELD. Hoe ziet zo’n samenleving er concreet uit? Westendorp: “Riedlingen in Duitsland is een lichtend voorbeeld. De bewoners van dit dorp zijn verantwoordelijk voor en naar elkaar: ze verlenen elkander diensten voor een bepaald tarief. Ook ouderen doen daaraan mee. De Riedlingse ouderen staan niet meer alleen te boek als een kostenpost, zoals in Nederland nog wel het geval is. In de gedachtetrend van die multigenerationele samenleving heeft De Zonnebloem eens bekeken wat mantelzorgers zouden kunnen bijdragen aan het economisch product. Veel mantelzorg wordt door ouderen verricht. Als je een vrolijk tariefje van vijf euro op mantelzorg zou zetten, levert dit al miljarden euro’s aan bruto nationaal product op!” Binnen de multigenerationele samenleving geef je ouderen een rol terug, maar los van de liefdadigheid kent het volgens Westendorp ook een noodzakelijk element. “De kennis dat de 65-plussers van nu Nederland hebben wederopgebouwd en dat jij het zo naar je zin hebt, omdat zij hard gewerkt hebben, zou voldoende moeten zijn om iets terug te willen doen voor de ouderen. Dat historisch besef is echter onvoldoende. Daarom zul je wederkerigheid met economische regels moeten vormgeven. Als een noodzakelijk soort olie om de verhoudingen in de samenleving goed te houden Riedlingen is wat mij betreft een ideaalbeeld waar we als samenleving naartoe zouden moeten groeien.” www.ilczorgvoorlater.com Vijftigplussers omarmen internetWie dacht dat internet en 50-plussers geen match waren, kan vanaf nu zijn of haar vooroordelen in de digitale prullenbak gooien. Internet is hot onder consumenten vanaf 50 jaar. De liefde voor internet groeit zelfs naarmate de jaren vorderen. Dit is één van de belangrijkste conclusies uit onderzoek van Route 50Plus naar internetgebruik onder deze doelgroep. Als de computer stuk is zitten ze in zak en as. Minder dan 15 procent is bang om fouten te maken. En 90 procent is het eens of helemaal eens met de stelling dat het fijn is om te internetten. Daar waar het gros van de online marketeers lang gedacht heeft dat de doelgroep 50-plus eigenlijk verloren energie was, heeft de (iets) oudere Nederlander internet helemaal ontdekt. Per week besteden zij gemiddeld 13 uur op internet aan een breed scala van online diensten en activiteiten. Van kopen en verkopen, vakanties zoeken en boeken en online bankieren tot social media en online zorg, de 50-plusser gebruikt het allemaal. Opvallend in het onderzoek is dat meer gebruik van internet niet ten koste gaat van tv-kijken. Meer tv-kijken gaat juist gepaard met meer internetten. E-mailen, internetbankieren, googlen naar informatie en de belastingaangifte doen zijn de belangrijkste activiteiten. Ook het maken en onderhouden van een eigen website scoort hoog in het onderzoek. Ruim 30 procent van de 50-plussers is actief in het online onderhouden van sociale contacten en meer dan een kwart heeft contact met zorginstellingen via het web. www.route50plus.nl Innovatie als motor van toekomstbestendige zorgDe leden van het Zorginnovatieplatform hebben het manifest ‘Innovatie als motor voor toekomstbestendige zorg’ opgesteld. Daarin pleiten zij onder meer voor verhoging van investeringen in innovatie, een sterkere positie van de patiënt en het bevorderen van netwerkzorg. Het manifest werd aan informateur Uri Rosenthal aangeboden. ZIP-lid Paul Smit was nauw betrokken bij de totstandkoming van het manifest. “Formeel hoeft het kabinet geen geld voor innovatie opzij te leggen als zij het geen prioriteit geeft. Met het manifest willen wij de informateur laten weten dat innovatie in de zorg wel degelijk een speerpunt is.” In het manifest geven de ZIP-leden de informateur vast een top 5 aan prioriteiten mee. Een daarvan is: Zorg voor structurele verhoging van de investeringen in innovatie door zorginstellingen. “Veel zorginstellingen doen niet aan continue procesverbetering, laat staan aan procesinnovatie. Verbeteringen invoeren kost geld. Er moeten daarom middelen gereserveerd kunnen worden om te kunnen innoveren.” Ook roep het ZIP op tot versterken van de positie van de patiënt in het zorgproces en investeren in e-health, preventie en zelfmanagement. www.zorginnovatieplatform.nl:80 Achter tevredenheid van bewoners verpleeg- en verzorgingshuizen nog veel knelpuntenBewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen beoordelen hun verblijf en verzorging gemiddeld met een 7,8. Ze geven ruime voldoendes voor de wijze waarop het personeel hen bejegent en verzorgt, en ze waarderen de woonomgeving met hoge cijfers. Het onderzoek Uw Mening Onze Zorg van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) laat echter ook zien dat er achter deze gunstige cijfers soms een knellende werkelijkheid schuilgaat. Bewoners zijn over het algemeen tevreden over het leven in verpleeg- en verzorgingshuizen. Er gaat veel goed. Met name de goede intenties en bejegening van medewerkers worden enorm gewaardeerd en dat wordt uitgedrukt in hoge rapportcijfers. Toch blijkt uit de open interviews die de onderzoekers in tachtig verpleeg- en verzorgingshuizen aangingen met de bewoners, dat er van écht contact steeds minder sprake is. “Toen mijn dochter acht weken in coma lag vroeg niemand hoe het met haar ging, dus ik mis wel de persoonlijke aandacht”. Cliënten waarderen de inzet en algemene houding van medewerkers. Maar uit de gesprekken blijkt dat men vindt dat de werkdruk erg hoog is en men daardoor vaak langer moeten wachten. De NPCF constateert dat bewoners geneigd zijn loyaal te zijn aan de instelling waar ze verblijven, en dat bewoners milder oordelen dan (relatieve) buitenstaanders. De NPCF benadrukt daarom dat het van essentieel belang is dat instellingen hun bewoners nadrukkelijk de gelegenheid geven om vrijuit te zeggen wat zij echt van de zorg- en dienstverlening vinden. www.ZorgkaartNederland.nl www.ConsumentendeZorg.nl. Amsterdam gaat door met woonservicegebiedenAmsterdamse partners betrokken bij wonen, zorg en dienstverlening sluiten opnieuw een Woonservicepact. Dit pact moet ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig en prettig kunnen wonen, met gewenste zorg en diensten. De stuurgroep vindt het belangrijk om door te gaan op de ingeslagen weg, ondanks het zware financiële weer. Het Woonservicepact wordt na de zomer ondertekend. De samenwerking heeft in de afgelopen jaren tot positieve resultaten heeft geleid. In ieder Amsterdams stadsdeel zijn woonservicewijken in verschillende fasen van realisatie, er zijn 1.500 woningen gerealiseerd, de nieuwe uitgangspunten en opgaven zijn geformuleerd (onder meer in de nota ‘Met zorg wonen’, de Wmo-nota, en het convenant ‘Een vitaal en gezond Amsterdam’ tussen AGIS en de gemeente Amsterdam, en Bouwen aan de Stad) en de partners proberen hun activiteiten in de wijken op elkaar af te stemmen. Het realiseren en in stand houden van woonservicewijken gebeurt onder regie van de stadsdelen. De stuurgroep wil de komende vier jaar vooral dienstbaar zijn aan ontwikkelingen in de wijken. Zij springt bij op onderwerpen en cases waar de lokale partijen zelf niet uitkomen. De stuurgroep heeft vier focusgebieden benoemd: (financiële) samenwerking in de wijk, match tussen vraag en aanbod, preventie en toegankelijkheid. Daarnaast houdt zij de ontwikkeling in de gaten van vraag en aanbod in de stad, en deelt ze lokale, stedelijke en landelijke informatie en ervaringen met alle partners. www.kcwz.nl |


